M&M Flashcards

1
Q

2 BEGRIPPEN

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

2.1 Naar een ander soort leven

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

conservatief- iemand die in de politiek streeft

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

naar behoud van bestaande toestanden

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

constitutionele nonarchie - een regeringsvorm

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

waarbij de koning zich aan de grondwet moet

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

houden

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Eerste Kamer-deel van de Staten-Generaal

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

(het parlement)

A

waarvan de leden door de

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

volksvertegenwoordiging in de provincies

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

gekozen zijn

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

industriële samenleving - samenleving waarin

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

meer dan de helft van de bevolking in steden

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

WOont en waarin veel mensen werken in

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

industrie en diensten

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

liberaal - iemand die in de politiek streeft naar

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

meer vrijheid

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

minister- lid van de regering

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

sociale kwestie - vraagstuk over de slechte leef-

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

en werkomstandigheden van arbeiders

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

staatshoofd - persoon met het hoogste gezag in

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

de staat

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Tweede Kamer- deel van de Staten-Generaal (het

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

parlement)

A

waarvan de leden door burgers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

gekozen zijn

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

vakbond- organisatie van werknemers die

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

opkomt voor de belangen van werknemers

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

2.2 Stromingen in de samenleving

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

algemeen kiesrecht - als iedereen mag stemmen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

communist - iemand die in de politiek

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

streeft naar gemeenschappelijk bezit van

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
32
Q

productiemiddelen en verbruiksgoederen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
33
Q

confessioneel - iemand die in de politiek

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
34
Q

uitgaat van het geloof (hier: katholieken en

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
35
Q

protestanten)

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
36
Q

discriminatie - onderscheid maken tussen mensen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
37
Q

met de bedoeling iemand of een groep achter

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
38
Q

te stellen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
39
Q

emancipatie - het krijgen van gelijke rechten en

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
40
Q

inhalen van achterstanden

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
41
Q

feminist- iemand die streeft naar gelijke

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
42
Q

behandeling van vrouwen en mannen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
43
Q

kiesrecht - stemrecht

A

het recht hebben om te

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
44
Q

stemmen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
45
Q

parlementaire democratie - bestuurssysteem

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
46
Q

waarin het parlement de hoogste macht heeft

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
47
Q

en waarbij burgers het parlement kiezen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
48
Q

politieke partij - organisatie die vanuit bepaalde

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
49
Q

ideeën probeert invloed te hebben op het

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
50
Q

bestuur

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
51
Q

socialist- iemand die in de politiek streeft naar

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
52
Q

meer gelijkheid

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
53
Q

burgerinitiatief - mogelijkheid voor buurgers om

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
54
Q

2.3 De regering en de volksvertegenwoordioi

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
55
Q

op eigen initiatief politieke invloed uit te

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
56
Q

fractie - leden van dezelfde politieke partij in de

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
57
Q

oefenen

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
58
Q

Tweede Kamer

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
59
Q

kabinet- alle ministers en alle staatssecretarisser

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
60
Q

minister-president (premier) )- eerste minister

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
61
Q

regeringsleider

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
62
Q

oppositiepartij

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
63
Q

regering zit

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
64
Q

regeringsleider - aanvoerder van de regering

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
65
Q

regeringspartij - politieke partij die in de regerin

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
66
Q

zit en met andere partijen een kabinet heeft

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
67
Q

gevormd

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
68
Q
  • politieke partij die niet in de
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
69
Q

staatssecretaris - onderminister

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
70
Q

2.4 Provincies en gemeenten

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
71
Q

burgemeester - voorzitter van de gemeenteraad

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
72
Q

commissaris van de Koning - hoofd van de

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
73
Q

Provinciale Staten

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
74
Q

dagelijks bestuur - leiding van dag tot dag;

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
75
Q

in de gemeente zijn dat burgemeester en

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
76
Q

wethouders (B en W)

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
77
Q

gemeenteraad - volksvertegenwoordiging in de

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
78
Q

gemeente

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
79
Q

Provinciale Staten - volksvertegenwoordiging in

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
80
Q

de provincie

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
81
Q

referendum - volksstemming

A

de overheid legt de

82
Q

bevolking een vraag voor over wetgeving

83
Q

waterschap -regionaal bestuur voor de

84
Q

waterhuishouding in een gebied

85
Q

wethouder - gekozen persoon in het dagelijks

86
Q

bestuur van een gemeente

87
Q

Vmbo-kgt 2 Hoofdstuk 2 Naar een industriële samenleving

88
Q

KEUZDPDRAc

89
Q

Sarmen met je docent kies je we

90
Q

maken Je vindt de opdrachter

91
Q

Vincent van Gogh

92
Q

De schilderijen van Vi

93
Q

De aardappeleters

94
Q

maakt een rondleidi

95
Q

Van Gogh

96
Q

na paragraaf 2 1

97
Q

30-45 minuten

98
Q

alleen / groep

99
Q

3 Jouw partij

100
Q

Sten

101
Q

2 BEGRIPPEN

102
Q

2.1 Naar een ander soort leven

103
Q

conservatief- iemand die in de politiek streeft

104
Q

naar behoud van bestaande toestanden

105
Q

constitutionele nonarchie - een regeringsvorm

106
Q

waarbij de koning zich aan de grondwet moet

107
Q

houden

108
Q

Eerste Kamer-deel van de Staten-Generaal

109
Q

(het parlement)

A

waarvan de leden door de

110
Q

volksvertegenwoordiging in de provincies

111
Q

gekozen zijn

112
Q

industriële samenleving - samenleving waarin

113
Q

meer dan de helft van de bevolking in steden

114
Q

WOont en waarin veel mensen werken in

115
Q

industrie en diensten

116
Q

liberaal - iemand die in de politiek streeft naar

117
Q

meer vrijheid

118
Q

minister- lid van de regering

119
Q

sociale kwestie - vraagstuk over de slechte leef-

120
Q

en werkomstandigheden van arbeiders

121
Q

staatshoofd - persoon met het hoogste gezag in

122
Q

de staat

123
Q

Tweede Kamer- deel van de Staten-Generaal (het

124
Q

parlement)

A

waarvan de leden door burgers

125
Q

gekozen zijn

126
Q

vakbond- organisatie van werknemers die

127
Q

opkomt voor de belangen van werknemers

128
Q

2.2 Stromingen in de samenleving

129
Q

algemeen kiesrecht - als iedereen mag stemmen

130
Q

communist - iemand die in de politiek

131
Q

streeft naar gemeenschappelijk bezit van

132
Q

productiemiddelen en verbruiksgoederen

133
Q

confessioneel - iemand die in de politiek

134
Q

uitgaat van het geloof (hier: katholieken en

135
Q

protestanten)

136
Q

discriminatie - onderscheid maken tussen mensen

137
Q

met de bedoeling iemand of een groep achter

138
Q

te stellen

139
Q

emancipatie - het krijgen van gelijke rechten en

140
Q

inhalen van achterstanden

141
Q

feminist- iemand die streeft naar gelijke

142
Q

behandeling van vrouwen en mannen

143
Q

kiesrecht - stemrecht

A

het recht hebben om te

144
Q

stemmen

145
Q

parlementaire democratie - bestuurssysteem

146
Q

waarin het parlement de hoogste macht heeft

147
Q

en waarbij burgers het parlement kiezen

148
Q

politieke partij - organisatie die vanuit bepaalde

149
Q

ideeën probeert invloed te hebben op het

150
Q

bestuur

151
Q

socialist- iemand die in de politiek streeft naar

152
Q

meer gelijkheid

153
Q

burgerinitiatief - mogelijkheid voor buurgers om

154
Q

2.3 De regering en de volksvertegenwoordioi

155
Q

op eigen initiatief politieke invloed uit te

156
Q

fractie - leden van dezelfde politieke partij in de

157
Q

oefenen

158
Q

Tweede Kamer

159
Q

kabinet- alle ministers en alle staatssecretarisser

160
Q

minister-president (premier) )- eerste minister

161
Q

regeringsleider

162
Q

oppositiepartij

163
Q

regering zit

164
Q

regeringsleider - aanvoerder van de regering

165
Q

regeringspartij - politieke partij die in de regerin

166
Q

zit en met andere partijen een kabinet heeft

167
Q

gevormd

168
Q
  • politieke partij die niet in de
169
Q

staatssecretaris - onderminister

170
Q

2.4 Provincies en gemeenten

171
Q

burgemeester - voorzitter van de gemeenteraad

172
Q

commissaris van de Koning - hoofd van de

173
Q

Provinciale Staten

174
Q

dagelijks bestuur - leiding van dag tot dag;

175
Q

in de gemeente zijn dat burgemeester en

176
Q

wethouders (B en W)

177
Q

gemeenteraad - volksvertegenwoordiging in de

178
Q

gemeente

179
Q

Provinciale Staten - volksvertegenwoordiging in

180
Q

de provincie

181
Q

referendum - volksstemming

A

de overheid legt de

182
Q

bevolking een vraag voor over wetgeving

183
Q

waterschap -regionaal bestuur voor de

184
Q

waterhuishouding in een gebied

185
Q

wethouder - gekozen persoon in het dagelijks

186
Q

bestuur van een gemeente

187
Q

Vmbo-kgt 2 Hoofdstuk 2 Naar een industriële samenleving

188
Q

KEUZDPDRAc

189
Q

Sarmen met je docent kies je we

190
Q

maken Je vindt de opdrachter

191
Q

Vincent van Gogh

192
Q

De schilderijen van Vi

193
Q

De aardappeleters

194
Q

maakt een rondleidi

195
Q

Van Gogh

196
Q

na paragraaf 2 1

197
Q

30-45 minuten

198
Q

alleen / groep

199
Q

3 Jouw partij

200
Q

Sten