Irregulier Flashcards
wachten
wachtte
wachtten
zwemmen
zwom
zwommen
lezen
las
lazen
kopen
kocht
kochten
gaan
ging
gingen
dansen
danste
dansten
doen
deed
deden
eten
at
aten
afhalen
haalde af
haalden af
praten
praatte
praatten
wandelen
wandelde
wandelden
kijken
keek
keken
bekijken
bekeek
bekeken
studeren
studeerde
studeerden
laten
liet
lieten
bakken
bakte
bakten
beginnen
begon
begonnen
begrijpen
begreep
begrepen
bezoeken
bezocht
bezochten
blijven
bleef
bleven
brengen
bracht
brachten
denken
dacht
dachten
drinken
dronk
dronken
geven
gaaf
gaven
hangen
hing
hingen
hebben
had
hadden
helpen
hielp
hielpen
houden (van)
hield (van)
hielden (van)
nemen
nam
namen
kiezen
koos
kozen
kunnen
kon
konden
lopen
liep
liepen
moeten
moest
moesten
mogen
mocht
mochten
ontbijten
ontbeet
ontbeten
opstaan
stond op
stonden op
rijden
reed
reden
schrijven
schreef
schreven
slapen
sliep
sliepen
sluiten
sloot
sloten
spreken
sprak
spraken
staan
stond
stonden
vallen
viel
vielen
varen
voer
voeren
verbieden
verbood
verboden
vergeten
vergat
vergaten
vinden
vond
vonden
vliegen
vloog
vlogen
wassen
waste
wasten
weten
wist
wisten
willen
wou / wilde
wilden
winnen
won
wonnen
worden
werd
werden
zeggen
zei
zeiden
zien
zag
zagen
zijn
was
waren
zingen
zong
zongen
zitten
zat
zaten
zoeken
zocht
zochten
zullen
zou
zouden