IOW Flashcards
Wat is een schoolorganisatie?
Schoolorganisaties zijn sociale entiteiten die gericht zijn op een doel, ontworpen zijn als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten, en verbonden zijn met de externe omgeving.
Kenmerken van schoolorganisatie (Bryk)
- Een samenhangend instructiebegeleidingssysteem. (coherent instructional guidance system)
- De vakbekwaamheid van de school (professional capacity)
- Sterke band ouder-gemeenschap-school (parent-community ties)
- Leerlinggericht leerklimaat (student-centered learning climate/ safety & order)
- Leiderschap dat verandering stimuleert (school leadership)
Scholen met sterke indicatoren voor deze kenmerken hebben een veel grotere kans om zich te
verbeteren dan scholen met zwakke indicatoren.
Wat is professionele capaciteit?
- Interpersoonlijk competent: prettige leef- en werkklimaat creëren in de klas
- Pedagogisch competent: zelfstandigheid en verantwoordelijk stimuleren
- Vakinhoudelijk competent: vakinhoudelijk en didactisch competent zijn
- Organisatorisch competent: zorg dragen voor aspecten van klassenmanagement
- Competent in teamwork: bijdragen aan goed functioneren schoolorganisatie
- Competent in samenwerking: contact ouders/verzorgers, afstemming
- Competent in reflectie: docent moet zichzelf verder ontwikkelen en professionaliseren
Professionele ontwikkeling van docenten, activiteiten:
- Up-to-date blijven door training, lezen
- Experimenteren met lesgeven
- Reflecteren op lesgeven, het vragen van feedback
- Samenwerken met collega’s aan lessen/ materialen of schoolorganisatorische zaken
Wat is een professionele leergemeenschap?
Een klein team dat regelmatig bij elkaar komt om op een gestructureerde wijze kennis en ervaring te delen rond een relevant thema, waarbij de inzichten bovendien direct praktisch toegepast worden om het onderwijs of de onderwijsinstelling te verbeteren.
Wat is schoolleiderschap?
It is dynamic interplay of instructional and inclusive leadership. Naast organiserende/vakinhoudelijke eigenschappen moet hij/zij ook bouwen aan een
gemeenschap/relaties. Voor vernieuwing is relational trust nodig.
Wat is transformatief leiderschap (Verloop)?
Relaties tussen leraren en schoolleiding is belangrijk. Het uitzetten van een visie, stellen van hoge verwachtingen, modelleren van gedrag door
schoolleider, etc. Het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie van docenten.
Kenmerken van een schoolorganisatie (Bryk) afbeelding (5 kenmerken)
Vooral de interactie tussen de kenmerken is belangrijk om verbetering van het onderwijs door
te voeren. Factoren zijn op mesoniveau gemeten (de 5 kenmerken), er zijn geen factoren op
microniveau gemeten. Als je beide niveaus meeneemt in het onderzoek dan bepalen de factoren op microniveau de leeropbrengsten. De factoren op mesoniveau zijn wel van belang > want deze scheppen de voorwaarden van opbrengsten op microniveau.
Effectiviteit van het onderwijs (Verloop):
- Effectiviteit wordt bereikt d.m.v. onderwijsdoelstellingen
- Primaire proces scholen: leren van leerlingen => doelstellingen betrekking op leeropbrengsten
- Doelstellingen door maatschappij en overheid vastgesteld
- Effectiviteit: bijdrage/toegevoegde waarde (20%) van het onderwijs aan de leeropbrengsten
Welke leeropbrengsten:
- Doelstellingen veranderen vaak, omdat maatschappelijke opvattingen over doel, functie en
inrichting onderwijs veranderen.
- Raakt aan de discussie over de 21ste-eeuwse vaardigheden: denkvaardigheden, sociale competenties & metacognitie
Wat maakt scholen effectief? Factoren op microniveau.
- Methoden
- Differentiatievormen
- Handelen van de leerkracht
Wat maakt scholen effectief? Factoren op mesoniveau.
- Ondersteuning van het onderwijs (coherent instructional guidance system/ curriculum alignment)
- Professionele capaciteit (professional capacity/ work orientaton)
- Verbondenheid met ouders en gemeenschap (parent-community ties/ parent involvement)
- Leerlinggericht leerklimaat (student-centered learning climate/ safety & order)
- Leiderschap (school leadership)
Effecten factoren micro- en mesoniveau op
leeropbrengsten
We vinden zelden een duidelijk, direct, laat staat substantieel, effect van factoren op mesoniveau op leeropbrengsten
- Microprocessen (klasniveau) beïnvloeden leeropbrengsten
- Mesoprocessen (schoolniveau) creëren daarvoor de condities
- Macroprocessen (stelselniveau) beïnvloeden die condities
Coördinatie: zes belangrijke coördinatiemechanismen
- direct leidinggeven
- standaardisatie van werkprocessen
- standaardisatie van kennis en vaardigheden
- standaardisatie van uitkomsten
- wederzijdse afstemming
- ideologie
Coördinatiemechanismen die een nadruk leggen op standaardisatie (vooral standaardisatie van uitkomsten en werkprocessen) en het versterken van de leidinggevende structuur (directe leiding geven) samenhangen met effectiviteit.
Het interacting spheres model van Hanson
Er zijn twee beslissingsdomeinen gevonden in scholen, een beheersmatig (leidinggevenden) en onderwijskundig (leerkrachten) domein. In de derde domein worden formele en informele beslissingen genomen die op het raakvlak liggen van de invloedssferen van de schoolleiding en leraren. Volgens Hanson betwisten de schoolleiding en leraren elkaar de macht in deze invloedssfeer, vandaar de naam ‘contested zone’, en hanteren zij verdedigingsmechanismen tegen inbreuken op de eigen sferen.
Factoren in organisatie en management die van belang zijn voor effectiviteit:
• Resultaatgericht beleid;
• Onderwijskundig leiderschap;
• Consensus en gezamenlijke planning tussen docenten;
• Kwaliteit van schoolcurriculum;
• Systeem waarbij nagegaan kan worden of doelen worden bereikt en afspraken worden
nagekomen;
• Ordelijke en rustige sfeer in de school.
Factoren op landelijk niveau die van belang zijn voor effectiviteit:
• Beleid gericht op effectiviteit (prestaties van leerlingen en factoren die deze bevorderen
centraal zetten);
• Het ontwikkelingen en implementeren van goed indicatorensysteem (stelsel van
kenmerken voor meten van kwaliteit);
• Systeem voor training en ondersteuning leerkrachten en scholen;
• Nationale richtlijnen voor het curriculum en lessentabellen + bewaking daarvan.
Coördinatie: aard en vormen
Coördinatie is verbonden met processen van taakdifferentiatie en arbeidsdeling in organisaties.
Coördinatie = afstemmen van verschillende activiteiten binnen de organisatie zodat de
doelstellingen van de organisatie worden bereikt. Structurele coördinatie = formele kenmerken
van de organisatie (hiërarchisch systeem). Procedurele coördinatie = datgene wat feitelijk wordt
gedaan om afstemming en integratie te bereiken.
De zes coördinatiemechanismen (Mintzberg):
1. Direct leiding geven
2. Standaardisering van werkprocessen (werkwijze gereguleerd door programma’s, regels en/of
procedures)
3. Standaardisering van kennis en vaardigheden (zelfde kennisarsenaal en denk- en werkwijze)
4. Standaardisering van uitkomsten (‘output’, vooraf vastleggen van doelen van proces)
5. Wederzijdse afstemming (afstemming van organisatieleden tijdens arbeidsproces d.m.v. overleg en informatieoverdracht)
6. Ideologie (gemeenschappelijke waarden en normen)
Transformatief leiderschap
Transformatief leiderschap is gericht op het vergroten van de capaciteiten en de betrokkenheid van medewerkers in schoolorganisatie. Zes dimensies die hierbij relevant zijn:
- Ontwikkelen van een visie
- Ontwikkelen van een consensus over de te bereiken doelen
- Creëren van hoge verwachtingen t.a.v. het werk van docenten
- Individuele ondersteuning
- Intellectuele stimulans (uitdaging om professioneel te ontwikkelen)
- Modelleren (schoolleiders geven voorbeeld van wat ze verwachten van docenten)
Professionele ontwikkeling
Professionele ontwikkeling van docenten gaat samen met succesvolle vernieuwing. Professionele activiteiten zijn onder te verdelen in vier categorieën;
1) Zich op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen en inzichten;
2) Nieuwe ontwikkelingen en inzichten toepassen en uitproberen in de lespraktijk;
3) Reflecteren op eigen functioneren;
4) Samenwerken in het kader van beleid en praktijk.
Leiderschap van
leraren - agency
Leiderschap van leraren gaat het om betrokkenheid & het daadwerkelijk invloed uitoefenen op zaken die je belangrijk vindt.
De cirkel van invloed: omvat alle ontwikkelingen waarop leraren invloed hebben > vaak sprake van meer betrokkenheid dan invloed. Vaak hebben ze weinig invloed op ontwikkelingen buiten de klas (machteloosheid) > leidt tot klagen.
Om te dit voorkomen: als leraar in je zone van naaste invloed gaan werken = invloed die je hebt binnen je huidige cirkel van betrokkenheid uitbreiden naar die zone (zone net buiten je cirkel van invloed).
Relational agency
Sociale, gezamenlijke kant van leiderschap van leraren. Wij-perspectief van leiderschap. Collegiaal leiderschap. Invloed vergroten door elkaar op te zoeken, ideeen wisselen. Deze collegiale relaties zijn van belang voor verbetering van het onderwijs.
Waar vind je de leiders in de school?
Formeel leiderschap = vaak de directie in de school. Maar de innovatieleiders zijn vaak andere personen > wie zorgt voor verbetering van het onderwijs?
Dit kan in principe iedereen zijn binnen een school.
In realiteit wordt de directie amper gevraagd om verbeteradvies. Vooral het personeel met lesgevende taken behoren tot de daadwerkelijke innovatieleiders. Als je dus kijkt naar degene die zorgen voor de verbetering van het onderwijs kan je zeggen dat de formele organisatieboom van een school ‘geflipt’ wordt. Dit hoeft niet negatief voor de
kwaliteit te zijn > het kan dat het senior management alsnog hun taken goed uitvoeren.
Collegiale leiders op Twitter
Drie netwerken:
- Transmitter-netwerk: sturen de meeste berichten het Twitter-netwerk in, laten hun stem het meeste horen in de discussie.
- Transceiver-netwerk: van hen worden de berichten het meeste verspreid, meeste waarde wordt gehecht aan hun mening of boodschap.
- Transcender-netwerk: combinatie van bovenste twee netwerken, ook wel ‘elite-twitteraars’. Verzenden de meeste tweets en deze worden tegelijk het meest verspreid. Zij hebben daarbij dan ook de meeste invloed in de discussie.
Definitie ‘Leren’
Leren is een doorgaande ontwikkeling in gedrag, of in de capaciteit om je naar bepaald fatsoen te gedragen, welke resulteren uit oefening en andere ervaringen.
Criteria van leren:
• het heeft te maken met verandering en is ‘’afgeleid’’. we kunnen het niet direct waarnemen, alleen door de leeruitkomsten;
• het is aanhoudend over tijd;
• en doet zich voor door ervaringen.
Behavioristische theorie
Verwant aan het empirisme.
Leren: verandering in de vorm of frequentie van observeerbaar gedrag.
Instructie: het versterken van stimulus-respons relatie door klassiek/operant conditioneren.
Input (stimulus) > Blackbox > Output (response).
Type leren: low-level kennis en vaardigheden.
- Gebruik observeerbare, meetbare uitkomsten
- Gebruik positieve/negatieve bekrachtiging
- Nadruk op oefenen (van simpel naar complex), gebruiken van cues
- Analyse lerende (wat werkt? Wanneer starten?), doch vooral focus op omgeving