Interventies uitvoeren Flashcards
hoe kun je de basiszorg plannen?
planning moet systematisch zijn
er dienen garanties geboden te worden voor continuïteit van zorg
kwaliteit van zorg moet bevorderd worden
zorg moet zichtbaar, overdraagbaar en bespreekbaar zijn
Smetten - Intertrigo
in de huidplooien gelokaliseerde, oppervlakkige huidaandoening die zich kenmerkt door altijd roodheid aan beide zijden van de plooi.
Andere symptomen: maceratie (verweking), fissuren (scheurtjes), erosies, nattende huid en korstvorming
Interventies: huid beschermen, wondfolie/hydrocolloïd of zinkolie. Scheurlinnen.
Decubitus
gelokaliseerde beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel, meestal ter hoogte van botuitsteeksel als gevolg van druk/schuifkracht.
vier catergorieën van decubitus
zijn verschijningsvormen, geen fasen die altijd na elkaar komen
cat. I -niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid
cat II - verlies van en deel van de huidlaag of blaar - oppervlakkige wond - rood/roze wondbodem
cat III - verlies van een volledige huidlaag - vet zichtbaar. Wondbeslag aanwezig. Ondermijning of tunneling kan aanwezig zijn
cat IV - verlies van volledige weefsellaag - spier/bot zichtbaar. Vervloeid wondbeslag/necrotische korst kan aanwezig zijn. Meestal ook ondermijning of tunneling. Kan ook voorkomen onder een intacte huid.
Risicoschalen gebruikt bij decubitus
Bradenschaal - 6 items: zintuigelijke waarneming, activiteit, mobiliteit, vochtigheid, voedingstoestand en fictie/schuifkracht (6-23 punten - 17)
Nortonschaal - 5 items: algemene lichamelijke toestand, geestelijke toestand, activiteit, mobiliteit, incontinentie (5 - 20 punten)
Worden beiden gebruikt bij preventie
factoren van invloed op genezing
oorzaak van de wond pijn aseptisch werken aandacht voor geurtjes voldoende vocht voldoende en juiste voeding
functies van voeding
opbouw en herstel - groeien en weefselherstel
leveren van energie - door koolhydraten, eiwitten en vetten
regelen van lichaamsprocessen - door hormonen, enzymen en afweeerstoffen- eiwitten, mineralen en vitaminen
blz. 61
functie van vocht
bouwstof
oplosmiddel en transportmiddel
warmteregulatie van het lichaam - transpiratie
voedingsproblemen
bij evenwichtige voeding - 2,5 liter vocht per dag positieve en negatieve vochtbalans dehydratie vochtretentie - oedeem overgewicht anorexia nervosa boulimia nervosa ondervoeding - SNAQ
dieet =
voeding die om een medische reden afwijkt van normaal en aangepast is aan de individuele zorgvrager
dieetvoorschrif =
voorschrift dat een arts afgeeft na het stellen van een diagnose natriumbeperkt vezelrijk energiebeperkt energieverrijkt eiwitbeperkt - nierziekten glutenvrij
micro-organismen =
macro -organismen =
bacterien, virussen, schimmels en gisten
ratten, muizen, vlooien, luizen, kakkerlakken, vliegen, muggen
voedselvergiftiging =
iemand krijgt in minder dan 6 uur na het eten last van onder andere braken. Voedsel met toxinen = baterien en schimmels
voedselinfectie =
treedt op na ongeveer 12 uur en uit zich in buikloop, misselijkheid, braken en koorts. salmonella of norovirus
bouwstoffen =
eiwitten
mineralen
water
energieleverende stoffen
koolhydraten
vetten
eiwitten
regulerende stoffen
vitaminen
mineralen
oplos- en transportmiddel
water
dysfagie =
slikstoornis Oorzaken: ouderdom ziekte en aandoeningen medicatie kaak- en gebitsproblemen gedrag
Uitscheiding =
uitscheiding door darmen, blaas en huid
andere soorten: braken, menstrueren en opgeven van sputum
kleur sputum
helder rood = longbloeding
zwakroze = longoedeem bij astma cardiale
helder schuimend = allergische bronchitus
roestkleurig, groen, geel = longontsteking
zwart of gestreepte korrels = regelmatig inademen van stof, vuil of rook
Praktijkrichtlijnen Fysieke Belasting
geven grenzen tussen toelaatbare en niet- toelaatbare belasting aan
Mobiliteitsprotocol - 5 klassen
houding in bed
Fowlerpositie = rug 90 graden, bovenbenen omhoog, knieholte 90 graden - bij ontstekingen in buikholte
Fowlerpositie-30-graden = bij decubituspreventie
Trendelenburg - bed licht achterover - bij shock
anti-Trendelenburg - bed licht voorover - bij problemen slagaderlijke doorbloeding benen
Mensendieck
Cesartherapie
bewust omgaan met eigen lichaam, oefeningen
aanleren juiste houding en beweging door oefeningen
Valongevallen
door combinatie persoonsgebonden factoren en omgevingsgebonden factoren
valangst
vallen - valangst - minder actier - verlies spierkracht, coördinatie en flexibiliteit - vallen
Sociaal isolement
Normen voor valpreventie
complicatie langdurige inactiviteit / bedrust
flauwvallen trombose longonsteking problemen met urineren problemen met defeceren smetten decubitus slinken spiermassa - contractuur pychosociale problemen
slaapfasen
langzame lichte slaap: het lichaam is totaal ontspannen, vermindering spiertonus en vitale functies
snelle, diepe slaap: lichaam is actief - remslaap - verwerken van opgedane indrukken
biologische klok =
eigen patroon van slapen en waken
Monitoren =
observeren en signaleren van veranderingen
lichamelijk gezondheidstoestand, psychosociaal welzijn, maatschappelijke situatie, medicatie- of therapietrouw
febris =
koorts 38-40
temperatuurstijging - 3 fasen
1 = lichaam produceert extra warmte 2 = huid wordt tijdelijk rood en droog - zweten 3 = temperatuurdaling, extra zweetproductie
Palliatieve zorg =
Palliatieve-terminale zorg =
actieve totale zorg voor zorgvragers op het moment dat hun ziekte niet meer te genezen is.
kwaliteit van leven verbeteren bij levensbedreigende ziekten. Terminaal = minder dan drie maanden levensverwachting - afscheid nemen en loslaten van het leven
LESA =
Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Palliatieven Zorg
de zorgvrager heeft ook nu waar mogelijk en wenselijk zelf de regie.
Agora =
een onafhankelijk en landelijk ondersteuningspunt dat ondersteuning en informatie biedt
VPTZ =
Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland
PDL =
Passiviteiten van het Dagelijks Leven. comfort van zorg op 1e plaats preventie van decubitus en contracturen behoud van conditie streven naar optimale leefbaarheid voor de passieve mens
KITTZ 2007 =
problemen en complicaties bij palliatieve zorgvragers
betrek mantelzorgers bij palliatieve zorg
praten
geven van voorlichting, informatie en advies
praktische steun bieden
complementaire zorg =
zorg die naast de standaardzorg gegeven wordt.
aanvullend
bijdrage aan verbetering kwaliteit van leven
Pijn =
een signaal van het lichaam dat duidelijk maakt dat er iets niet in orde is - subjectief
model van Loeser
pijnzenuwen - geleiden pijnprikkel naar hersenen
pijngewaarwording - je bewust worden van pijn
pijnbeleving - emotioneel en lichamelijk voelen
pijngedrag - gedrag dat gezien wordt
Soorten pijn
uitwendig - verwonding is zichtbaar
inwendig - zeurend. stekend, brandend
acute - treedt direct op
chronisch - voortdurend aanwezig of komt steeds terug - na 6 maanden
fantoompijn - pijn in geamputeerd lichaamsdeel - afgesneden zenuwbaan ontvangt signalen
methoden om pijn vast te stellen
pijnanamnese - aard, duur, hevigheid, pijnbeleving
gedragsobservatie
pijnschalen - NRS, VAS-score
pijndagboek
tekenen van naderend einde
nauwelijks reflexen/beweging Cheyne-Stokes klamme koude huid met lijkvlekken steeds zwakkere hartslag starende doffe blik daling bloeddruk, stijging temperatuur toenemend bewustzijnsverlies, onrust, angst of verwardheid
terminale periode
- preterminale fase - matige conditie is min of meer stabiel - enkele weken tot jaar
- terminale fase - conditie en lichamelijk functioneren gaat achteruit - 2-3 weken
- stervensfase - snel achteruit - enkele uren/dagen
Kubler-Ross - fasen in stervensproces
ontkenning woede, opstandigheid onderhandelen, marchanderen depressie, eenzaamheid aanvaarding
Rouwen =
het verlies een plaats geven, zodat je zelf verder kunt
afscheid nemen, loslaten en aanvaarden
reacties op rouwverwerking
desorganisatie - niet overzien
lichamelijke klachten - pijn, angst voor hetzelfde
heftige emoties - onredelijk gedrag
wanhoop en verlatenheid - niet uiten, deprimerende gedachten, slaapproblemen
schuldgevoelens
euthanasie =
levensbeëindiging door een arts op verzoek van een patiënt
eisen voor arts tot euthanasie
- op de hoogte stellen van achtergronden wens
- beoordelen lichamelijke en geestelijke lijden
- oordeel laten toetsen door onafhankelijke collega
- gezamenlijke conclusie laten berusten op verantwoord medisch inzicht en aansluiten bij gangbare medische ethiek
SCEN-arts
voor consultatie bij beslissingen rond levenseinde
versterven =
verschijnsel dat zorgvrager, als onderdeel van het normale stervensproces, in veel gevallen geleidelijk en vaak zonder duidelijke aanleiding steeds minder gaat eten en drinken en uiteindelijk overlijdt.
Beroepscode =
waarden en normen van de beroepsgroep
Beroepshouding =
het professioneel handelen van de verpleegkundige
heeft alles te maken met respect, functioneel handelen en je assertief en collegiaal opstellen.
Respect =
je houdt rekening met gevoelens en opvattingen van zorgvragers
Functioneel handelen =
op een beroepsmatige professionele manier omgaan met zorgvragers.
Verantwoordelijkheid, bewaken van eigen grenzen, respecteren van je eigen emoties en gevoelens, werk en privé scheiden, hanteren van beroepsgeheim, voorkomen van machtsmisbruik, zorgvuldig handelen bij ethische vragen en dilemna’s.
Ethisch dilemma =
twee waarden staan op gespannen voet met elkaar. formuleer ethisch dilemma verzamel alle feiten onderzoek of er alternatieven zijn kom tot een overwogen besluit voer het besluit uit evalueer het hele proces.
Collegialiteit =
goede verhouding en gevoel van verbondenheid
goed kunnen samenwerken
respect voor levensbeschouwelijke en culturele achtergrond
bespreekbaar maken van eigen werkwijze en houding
bijdragen aan een goede sfeer
zorgvuldig handelen in conflictsituaties
hanteren van feedback, waardering en kritiek
Begeleiden =
het stimuleren van de zorgvrager, zodat hij de zorg voor zichzelf wil en kan uitvoeren
voorkomen van problemen of terugval
draaglijk maken van situaties
vergroten van zelfredzaamheid
begeleidingstechnieken
informeren - kennis overbrengen of vaardigheden aanleren
activeren en motiveren - aansluiten bij belangstelling van z.v.
voorbeeldfunctie vervullen
bekrachtigen - positief reageren op gewenst gedrag
negeren - ongewenst gedrag geen gevolgen heeft
negatief signaal geven - aangeven dat gedrag niet gewenst is
afspraken maken - weten wat je van elkaar verwacht
gebruikmaken van zelfreguleringsmogelijkheden - iemand kan zijn gedrag zelf bijsturen of beschermen
bespreken en oefenen van gedragsalternatieven - feedback geven
Begeleidingsplan
begeleidingsvraag
begeleidingsdoel
begeleidingsafspraken
piramide van Maslow
e behoefte aan zelfactualisatie d behoefte aan aanzien en waardering c behoefte aan sociaal contact en liefde b behoefte aan veiligheid en zekerheid a fysiologische behoeften hogere behoeften spelen pas een rol al aan lagere behoeften is voldaan.
Zelfredzaamheid =
iemand is in staat voor zichzelf te zorgen zonder hulp van anderen
eigenwaarde
zelf de regie in handen hebben
bevorderen zelfredzaamheid
uitgaan van de mogelijkheden van de zorgvrager
begeleidingsplan opstellen - vaardigheden vergroten, werken aan zelfvertrouwen
hoe bevorder je zelfredzaamheid
positief benaderen - complimenten acceptatie en vertrouwen tonen kan op succeservaringen vergroten opbouwende kritiek geven eigen mogelijkheden helpen ontdekken inzicht geven in eigen gedrag helpen bij het overzien van de gevolgen
zelfbeeld =
eigenwaarde =
identiteit =
hoe iemand zichzelf ziet
de beoordeling van het zelfbeeld
alles wat uniek is aan een persoon
activeringsdoel =
gericht op het weer actief deelnemen aan activiteiten
ondersteuning mantelzorgers
voorkomen of uitstellen van definitieve opname
optimaliseren van de zorgverlening bij zorgvrager thui
vermindering van draaglast en vergroting draagkracht mantelzorger
Systeembenadering =
zorg richt zich niet allen op zorgvrager, maar op het hele systeem waarin de zorgvrager leeft.
problemen bij mantelzorgers
fysieke problemen praktische problemen psychische problemen financiële problemen relationele problemen
begeleiding op psychosociaal gebeid
accepteren van gezondheidsproblemen
verliesverwerking
sterven en rouw
zingeving =
het geven van betekenis aan het leven
subjectief
wordt concreet in wat mensen doen en laten, in hun levenservaringen en in de keuzes die zij maken.
sociaal-maatschappelijk gebied =
de zorgvrager is in staat om deel te nemen aan de maatschappij in de vorm van sociale activiteiten, arbeid of scholing en vrijetijdsbesteding.
als verpleegkundige treedt je op als bemiddelaar.
Sociaal gedrag =
een optelsom van
kennis
houding
communicatie
Intermediair =
een bemiddelaar, iemand die opkomt voor de belangen van een ander, in dit geval de zorgvrager.
onder curatele stellen =
als een zorgvrager niet in staat is zijn financiën te beheren kan de zorg door de rechter overgedragen worden aan een curator.
onder bewindvoering stellen =
rechter dwingt zorgvrager met schulden en geldproblemen naar een bemiddelingsbureau te gaan.
bemiddelingsbureau maakt de balans op tussen inkomsten en uitgaven. Het bureau bepaalt wat iemand nog te besteden heeft.
hoe begeleid je een zorgvrager bij dagbesteding
educatie - leren en ontwikkelen ADL - begeleiding ADML - zinvolle daginvulling, werk Ontspanning trainingen en therapie