HP2-H05 Flashcards
De storm was overgewaaid.
De storm was nu voorbij.
Harry krabbelde vlug overeind.
Harry ging vlug opstaan.
Hij wrikte het raam open.
Hij heeft het raam opengemaakt door het heen en weer te bewegen.
De uil klapwiekte naar binnen.
De uil kwam naar binnen door zijn vleugels te bewegen.
belangrijke akkefietjes
belangrijke taken
klosjes touw
spindels hout met draad omheen

de zee flonkerde
fel bewegend licht weerkaatste op de zee

Waarom zou je wel gek zijn om Goudgrijp te willen beroven?
Waarom zou je wel gek zijn om Goudgrijp te willen inbreken?
Hij bestookt Perkamentus iedere ochtend met uilen
Hij stuurt iedere ochtend een heleboel uilen naar Perkamentus toe.
“Heb je een Ministerie van Toverkunst?’ flapte Harry er onwillekeurig uit.
“Heb je een Ministerie van Toverkunst?” zei Harry ineens per ongeluk.
Anders zou iedereen magische oplossingen willen voor zijn sores.
Anders zou iedereen magische oplossingen willen voor zijn ellende.
Op dat moment stootte de boot zachtjes tegen de kade.
Op dat moment stootte de boot zachtjes tegen de stenen kant langs het water, waar een schip kan aanleggen.
verplichte lectuur
leesstof die je nodig hebt
Harry moest hollen om hem bij te houden.
Harry moest rennen om hem bij te houden.
grondslagen
fundamenten, bases
overige benodigdheden
overige dingen die je nodig hebt
De mensen keurden het kroegje geen blik waardig.
De mensen deden alsof de kroeg niet interssant was of alsof ze de kroeg helemaal niet zagen.
Het vrouwtje lurkte aan haar pijp.
Het vrouwtje zuigde sabelende aan haar pijp.
Alleen al die gedachte leek hem de stuipen op het lijf te jagen.
Alleen al die gedachte leek hem de onwillekeurig samentrekken van spieren op het lijf te jagen.
Hij had een zenuwtrek bij zijn oog
Bij zijn oog maakt hij steeds een beweging zonder dat hij dat wilde.
Er was ook trammelant met een feeks.
Er was ook moeilijkheid met een boosaardige en felle vrouw.
een met keien geplaveide straat
een straat met een wegdek die van klein steentjes is gemaakt

De baksteen wriemelde.
De baksteen bewoog zich.

een slingerend en kronkelend straat
een straat die niet in een rechte lijn voortgaan
een zelfroerend ketel
een ketel die zichzelf kan roeren

wankele, torenhoge stapels boeken
Een hele hoog tor boeken die heen en weer bewoog en daardoor dreigde het evenwicht te verliezen

een gebouw dat hoog boven de andere winkeltjes uittorende
een gebouw dat heel hoger was dan de andere winkeltjes
een mollige vrouw
een vrouw die een beetje dik was
ze liepen het witte bordes op
Ze liepen op een verhoogd platform voor de ingang van een gebouw

een schrander gezicht
een intelligent gezicht
hebzucht
sterke drang dat je veel voor jezelf wilt hebben
de buit
wat je gestolen hebt
