Hfd 1 Flashcards
Hosts
Fysieke eindpunten in het netwerk. Waar applicaties draaien. Clients zijn hosts als mobiel, laptop, desktops, servers zijn meer powerful machine hosts die opslaan en distribueren.
Networks edge
Hosts aan beide uiteinden. Hebben een applicatie. De zandpaden met boerderij.
Access networks
Bedrade en wireless verbindingen. Hoe je als host toegang krijgt tot de local ISP, dmv een edge router. De provinciale wegen.
Network core
Interconnected routers. Netwerken van netwerken. Hoe data zo goed en snel mogelijk van a naar b komt. De snelwegen. Datacenters, CPN, ISP’s, etc.
ISP
Internet service provider.
Each ISP is
.in itself a network of packet switches and communication links
.is managed independently
.runs the IP protocol
& .conforms to certain naming and address conventions
Global ISP
De grootste providers van netwerken. Slepen data de hele wereld over. Zijn bedrijven.
Regional ISP
Providers van netwerken die meer regionaal opereren. Verbind bedrijven en huizen. Gebruiken global ISP’s voor data dat verder moet of van verder komt.
Tier 1 ISP
5 tot 10 bedrijven in de netwerk core. Hebben de minste klanten, maar verwerken meeste data.
Tier 2 ISP
Gebruikt om regio’s te overbruggen met data.
Tier 3 ISP
Access ISP’s / lokale ISP. Brengt je op het internet (ziggo, kpn, etc). ISP’s met meeste klanten en minste data verkeer.
RFC
Requests for comments. IETF doet voorstel voor protocol, iedereen mag daar dan op schieten.
IETF
Internet engineering task force
Switch
Als een wisselspoor voor het data verkeer. Waar het verkeer binnenkomt & waar het naartoe moet. Switcht data in naar de juiste out op de link layer.
Router
Kijkt waar de beste route ligt, zoals google maps een route bepaald mede rekening houdend met dingen als file. Werkt op netwerk laag.
Hub
‘Dom apparaat’. Neemt een signaal en versterkt dit. Vroeger veel gebruikt in netwerken, tegenwoordig minder. Opereert op de fysieke laag.
Wat is het internet?
bold’s and nuts beschrijving - computer netwerk dat biljoenen computers verbind
meer globale beschrijving - de infrastructuur die applicaties van services voorziet
Transmission rate
The rate of transmitting data measured in bits/second
Communication links
Many types of communication links, which are made up of different physical media as coax cable, optical fiber and radio spectrum
Packets
Smaller chunks of data to send with added header bytes
Packet switch
Takes a packet arriving on one of its incoming communication links and sends it forward in the right direction.
Routers en link-layer switches meest voorkomende
Router
A packet switch usually used in the network core
Link-layer switch
Packet switch usually used in access networks
Socket interface
End systems attached to the Internet, that is a set of rules that the sending app must follow so that the internet can deliver the data to the destination app
Data centers
Een plek waar meerdere servers geconnect zijn om data op te slaan.
3 functies
-dienen het bedrijf (vb Amazon) zelf in z’n e-commerce pagina’s
-dienen als gigantische parallel infrastructuren voor bedrijfspecifieke data processing taken
-cloud computing
Cloud computing
Het gebruiken van een cloud provider (zoals Amazon) door een bedrijf voor het afhandelen van al hun IT needs.
CPU
Central Processing Unit
Blades
Commodity (product) hosts in grote datacenters die CPU’s, memory en disk storage bevatten
Edge router
De buitenste laag router, in access netwerk
Transmission rates
Downstream = downloaden. Upstream = uploaden. Meeste mensen downloaden meer dan ze uploaden, dus downstream > upstream
Tiered service
Als een provider verschillende tarieven rekent voor verschillende overdrachtssnelheden
Hybrid fiber coax
Leveren van internet via televisiebedrading. Mix van coax en fiber kabels. Gedeeld netwerk, dus zowel down- als upstream snelheid afhankelijk van hoeveel gebruikers tegelijk down- of uploaden
LAN
Local Area Network. Meest gebruikte systeem voor het linken van end system met edge router. Meestal gedaan dmv Ethernet
Ethernet
Access technology. Twisted-pair koperen draden die linken aan een ethernet-switch.
IEEE 802.11
Institute of Electrical and Electronic Engineers 802.11. Wi(reless)Fi(delity).
Physical medium
De fysieke onderdelen gebruikt om data te versturen, zoals twisted-pair koperdraad, coaxial cable , multimode fibre optic cable, terrestrial radio spectrum en satellite radio spectrum. 2 soorten; guided en unguided media.
Guided media
Waves worden gestuurd langs een solid medium (bedrading)
Unguided media
Waves verspreiden in de atmosfeer en outer space
Store-and-forward transmission
Packet switch moet hele pakket ontvangen voor het kan beginnen de eerste bit naar de outbound link te transmitten
End-to-end delay
De tijd die voorbijgaat tijdens het beginnen met sturen van packet tot het helemaal over zijn gekomen ervan.
d(end-to-end) = N(aantal links) x (L (hoeveel bits) / R (rate))
Output buffer
Voor elke link aan een packet-switch een plek die packets opslaat die de router zo gaat versturen. Ook wel output queue.
Queuing delays
Vertraging opgelopen doordat een packet nog even in de rij moet wachten omdat een link nog bezet is.
Packet loss
Wanneer de output buffer al vol zit met packets, zal een packet (die er niet meer bij past of een al wachtende) verloren gaan.
Routing protocols
Gebruikt om automatisch forwarding tables vast te stellen
Multi-home
Iedere ISP (behalve tier-1 ISP’s) mogen ervoor kiezen te connecten met 2 of meer provider ISP’s. Zo kan deze ISP packets blijven verzenden en ontvangen, zelfs als bij een van hun providers iets fout gaat.
To peer
Wanneer 2 nabije ISP’s op hetzelfde level in de hiërarchie besluiten hun netwerken direct te verbinden. Zo minder data via provider, want kosten betaald aan provider staan in verband met hoeveelheid data. Onderlinge relatie tussen peers is vaak kosteloos.
Total nodal delay
Nodal processing delay +
Queuing delay +
Transmission delay +
Propagation delay
Processing delay
Oa de tijd die nodig is om in een packet-switch te bepalen waar het pakketje naartoe moet & of er bit-level errors zijn ontstaan op zn weg er naartoe.
Meestal delay van microseconden of minder
Queuing delay
Het wachten in de queue tot het getransmit kan worden op de link.
Duur afhankelijke van hoeveel packets in de rij, dus voor elke packet anders.
Kan van 0 tot milliseconden zijn.
Transmission delay
De tijd die nodig is om al de packets bits in de link te duwen = packet lengte (L) in bits / transmission rate (R) in bits/sec.
Meestal micro- tot milliseconden
Propagation delay
De tijd nodig om voort te planten van het begin van de link tot het einde. Voortplantingssnelheid afhankelijk van wel fysieke medium is gebruikt.
Propagation delay = distance tussen nodes / propagation speed (Ongeveer op lichtsnelheid).
In wide area networks ongeveer milliseconden.
Throughput
De snelheid waarmee een host packets ontvangt in bits / sec.
Instantaneous = ogenblikkelijk= op elk moment in tijd.
Zo snel als de R van de bottleneck link als dit de enige data op de link is. Anders wordt de throughput verdeeld over de hoeveelheid packets.
Tegenwoordig networks core is overbevoorraad. Dus de bottleneck link is vaak in the access network.
Traffic intensity
The ratio of
(L (length of packets) * a (average arrival rate packets at queue))
/ R (transmission rate)
Dus hoe druk het in de rij is.
Als La/R > 1 dan is de gemiddelde snelheid waarmee bits aankomen in de rij groter dan de snelheid waarmee ze eruit gestuurd kunnen. Dus rij wordt groter.
Design your system so that traffic intensity is no greater than 1.
Realistically is traffic intensity niet het volledige plaatje van queuing delay statistics, maar wel handig voor t leren begrijpen ervan.
Packet loss
Het ‘kwijtraken’ van een packet door een volle rij. Wel ingegaan, komt niet meer uit.
End-to-End delay
De vertraging van bron tot eindbestemming.
Protocol stack
De samen genomen protocollen van alle verschillende lagen
TCP/IP stack
Internet protocol stack.
Application (welke data verzenden)
Transport (hoe naar destination, slow/fast/accurate)
Network (waar naartoe en via welke route, IPadres)
Datalink (het verplaatsen van hele frames van t ene netwerk element naar t volgende, als google maps die tijdens t reizen rekening houdt met files)
Physical (het verplaatsen van de individuele bits van node naar node, glasvezel, fiber-optics etc)
Message
De packet op de applicatie laag
Segment
Een transport-layer packet
Datagram
Een network-layer packet
Frames
De packets in de link layer
Encapsulation
Het ‘inpakken’ van een packet met laagjes informatie voor verschillende lagen uit de stack
Payload field
De packet van de laag erboven
Malware
Malicious software
Botnet
Een netwerk van duizenden door malware aangetaste apparaten
DoS attacks
Denial of service attacks.
DDoS = distributed attack = systeem overspoelen met packets vanuit verschillende links
Packet sniffer
Een passieve ontvanger in de buurt van een wireless transmitter die een kopie op slaat van alle packets die voorbij komen.
IP spoofing
Het injecteren van een packet met een vals bronadres. Je voordoen als andere gebruiker.