Healthcare Flashcards
Stomach ache
Buikpijn
Illness
Ziekte
Flu
Griep
Headache
Hoofpijn
Infection
Infectie
Sore throat
Keelpijn
Fever
Koorts
To have a cold
Verkouden
Dizzy
Duizelig
To cough
Hoesten
Injury
Blessure
To heal
Genezen
Injured
Gewond
To cut
Snijden
To fall
Vallen
To sprain
Verstuiken
Wound
Wond
Blood
Bloed
To bite
Bijten
Medicine
Medicijn
Pharmacy
Apotheek
Cough mixture
Hoestdrank
Remedy
Middeltje
Plaster
Pleister
Prescription
Recept
Tablet
Pil
Bandage
Verband
Vitamin
Vitamine
Cream/ointment
Zalf
To swallow
(In)slikken
Hospital
Ziekenhuis
Ambulance
Ziekenauto
To treat
Behandelen
Surgeon
Chirurg
Doctor
Doktor
GP
Huisarts
Injection
Injectie
Clinic
Kliniek
Operation
Operatie
Patient
Patiënt
To weigh
Wegen
Pregnant
Zwanger
Disabled
Gehandicapt
Blind
Blind
Deaf
Doof
Wheelchair
Rolstoel
Necessary
Nodig
Dentist
Tandarts
Toothache
Kiespijn
Teeth/dentures
Gebit
To put on weight
Aankomen
To lose weight
Afvallen
Health
Gezondheid
(Un)healthy
(On)gezond
Treatment
Behandling
Asthmatic
Asthmatische
To get/be well
Beter worden zijn
Fitness
Conditie
Dead/death
Dood
Immediately
Meteen
To die/pass away
Sterven/doodgaan/overlijden