Eva 03.07 hete Flashcards
poppy seed
maanzaad
bevroren, diepvries
frozen (2)
egg mixture
eimengsel
baking pan / tepsi
koekenpan
unsalted
ongezouten
plate
bord
golden brown
goudbruin
French toast
wentelteefjes
cinnamon
kaneel
ground cinnamon / őrölt fahéj
gemalen kaneel
slice
sneetje
crust / kéreg
korst
pile / halom
stapel
schenken, gieten
to pour (2)
intrekken
to move in / beleszivárog, felszív
halfway through / felénél
halverwege
bouncer, meat sandwich with fried egg
uitsmijter
herring
haring
Dutch Pea Soup
snert
mashed potatoes
aardappelpuree
sweetener
zoetstof
carbohydrate reduced
koolhydraat verlaagd
patient
geduldig
quantities
hoeveelheden
narrow, tight
nauw (2)
to taste
proeven
thereafter
vervolgens
pure
puur
to put out, to turn off / kikapcsolni, lezárni
uitdoen (2)
the small family
het gezin
benfit, profit (2)
baat, voordeel (2)
to experiment / kísérletez
experimenteren
taste
smaak
only, merely
slechts (2)
to prepare
klaarmaken
ready-made dish
kant-en-klaar gerecht
honest
eerlijk
to admit
toegeven
hassle, activity
gedoe (2)
to deliver
bezorgen
preference
voorkeur
easy, simple (3)
makkie, eenvoudig, gemakkelijk (2)
instant / azonnali
handomdraai
the apple did fall far from its tree
de appel wél ver van zijn boom viel
cooking experience
kookervaring
maanzaad
poppy seed
frozen (2)
bevroren, diepvries
eimengsel
egg mixture
koekenpan
baking pan / tepsi
ongezouten
unsalted
bord
plate
goudbruin
golden brown
wentelteefjes
French toast
kaneel
cinnamon
gemalen kaneel
ground cinnamon / őrölt fahéj
sneetje
slice
korst
crust / kéreg
stapel
pile / halom
to pour (2)
schenken, gieten
to move in / beleszivárog, felszív
intrekken
halverwege
halfway through / felénél
uitsmijter
bouncer, meat sandwich with fried egg
haring
herring
snert
Dutch Pea Soup
aardappelpuree
mashed potatoes
zoetstof
sweetener
koolhydraat verlaagd
carbohydrate reduced
geduldig
patient
hoeveelheden
quantities
nauw (2)
narrow, tight
proeven
to taste
vervolgens
thereafter
puur
pure
uitdoen (2)
to put out, to turn off / kikapcsolni, lezárni
het gezin
the small family
baat, voordeel (2)
benfit, profit (2)
experimenteren
to experiment / kísérletez
smaak
taste
slechts (2)
only, merely
klaarmaken
to prepare
kant-en-klaar gerecht
ready-made dish
eerlijk
honest
toegeven
to admit
gedoe (2)
hassle, activity
bezorgen
to deliver
voorkeur
preference
makkie, eenvoudig, gemakkelijk (2)
easy, simple (3)
handomdraai
instant / azonnali
de appel wél ver van zijn boom viel
the apple did fall far from its tree
kookervaring
cooking experience