College1 Flashcards
Wat is deductief redeneren?
Redeneren gebaseerd op logica, uit dit volgt dat
Wat is inductief redeneren?
Redeneren op basis van kansrekening, uit dit volgt waarschijnlijk dat.
Wat is beschrijvende statistiek?
Beschrijven van data.
Wat is deductieve statistiek
Concluderen uit data
Wat is een populatie?
Alle elementen uit een bepaalde groep.
Wat is een parameter?
De waarde/eigenschap van een populatie.
Wat is een steekproef?
Een deelverzameling van de groep.
Wat is een statistiek?
Een waarde/eigenschap van de steekproef.
Wat is een constante?
Een eigenschap die hetzelfde is voor alle elementen van de populatie.
Wat is een variabele?
Een eigenschap die bij verschillende elementen van de populatie kan verschillen.
Welke drie categoriale/kwalitatieve variabelen zijn er?
Nominaal, ordinaal en binair/dichotoom.
Wat is een nominale schaal?
Meer dan 1 categorie, ongeordend.
Wat is een ordinale schaal?
Meer dan 1 categorie, geordend.
Wat is een binaire/dichotome schaal?
Precies twee categorieën.
Wat zijn numerieke/kwantitatieve variabelen? Welke 2 soorten?
Altijd geordend, interval en ratio.
Wat is een interval?
Gelijke afstanden op de schaal geven gelijke verschillen in eigenschap weer.
Wat is een ratio?
Gelijke afstanden op de schaal geven gelijke verschillen in eigenschap weer en de ratio’s van waardes op schaal hebben betekenis.
Wat is de modus?
De waarde met de hoogste frequentie.
Wat is het x percentiel?
De waarde waarop of beneden x % van de waarden valt.
Wat hoort er bij het eerste kwartiel, het tweede kwartiel en het derde kwartiel?
25 % beneden de waarden, 50% beneden de waarden, 75% beneden de waarden.
Wat is de mediaan?
Tweede kwartiel, 50% beneden de waarden.
Wat is de interkwartielafstand?
Het verschil tussen het derde en het eerste kwartiel, de waarden waartussen de middelste 50% van de waarden liggen.
Wat is de variantie van een populatie?
Het gemiddelde van de gekwadrateerde afwijkingen van het gemiddelde mu.
Wat is de standaardafwijking van een populatie?
De wortel uit de variantie.
Wat zijn de verschillen in notatie bij een populatie en steekproef?
aantal N n
gemiddelde µ X met streepje
variantie σ^2 s^2
standaardafwijking σ s