College 5: Moore H5 Flashcards
Populatie
alle cases of alle statistisch mogelijke scores waar een onderzoeker in geïnteresseerd is.
Steekproef
een subset van cases uit de populatie
Steekproefverdeling
verdeling van de scores in een steekproef
Steekproevenverdeling
verdeling van steekproefgrootheid (bijv. gemiddelde). Als je veel steekproeven uit de populatie trekt en je berekent steeds de steekproefgrootheid, dan krijg je een verdeling van gemiddelden
Statistic (statistiek)
een cijfer dat een steekproef beschrijft; verandert van steekproef tot steekproef.
Parameter
een cijfer dat de populatie beschrijft; in de praktijk weten we deze doorgaans niet
Statistische inferentie (inference):
het generaliseren van waarnemingen en eigenschappen uit een steekproef naar de gehele populatie. Gebaseerd op het idee: wat gebeurt er als we iets heel vaak herhalen (kansberekening).
Steekproefproportie (p̂)
aantal elementen met een bepaald kenmerk in een steekproef/totaal aantal elementen in een steekproef. Deel/geheel
Populatieproportie (p)
aantal elementen met een bepaald kenmerk in de populatie/totaal aantal elementen in de populatie
sampling distribution of the mean
Het gemiddelde van alle steekproefgemiddelden is gelijk is aan het populatiegemiddelde
Centrale limietstelling( central limit theorem)
stelt dat de gemiddelden van steekproeven altijd normaal verdeeld zullen zijn als je steekproeven van voldoende omvang neemt uit een populatie, zelfs als die populatie niet normaal verdeeld is
Margin of error
naam zegt het al, errormarge. Hoe ver je max mag afzitten van x-bar. Zowel onder als boven.
Sampling distribution
de kansverdeling van een gegeven op willekeurige steekproeven gebaseerde statistiek.
Betrouwbaarheidsinterval
hiermee kan je zeggen dat je met een bepaald percentage zekerheid (95%) weet dat het populatiegemiddelde binnen bepaalde grenzen ligt
nulhypothesetoetsing
bij hypothesetoetsing krijg je via steekproefgegevens de mogelijkheid te zeggen of een nulhypothese op basis van kansoverweging wel/niet verworpen wordt
Nulhypothese (H0)
Bij de nulhypothese veronderstelt men dus dat het gezochte effect niet bestaat (geen effect/geen verschil)
- Nulhypothese gaat altijd over het populatiegemiddelde, niet steekproefgemiddelde
Alternatieve hypothese (Ha)
bij deze hypothese veronderstelt men dat het effect bestaat.
Eenzijdige test
geeft aan dat de parameter in een bepaalde richting afwijkt van de nulhypothesewaarde
Tweezijdige test
geeft aan dat de parameter in beide richtingen kan verschillen van de nulhypothesewaarde
Type I error
wanneer we kiezen dat Ha waar is (H0 verwerpen), terwijl H0 waar is, maken we een type I error.
Type II error
wanneer we kiezen dat H0 waar is (falen om H0 te verwerpen), terwijl Ha waar is, maken we een type II error
Power
Statistische power is de kans dat een statistische toets een effect detecteert dat daadwerkelijk aanwezig is. De powerberekening voer je uit voordat je een onderzoek gaat uitvoeren, om te kijken of er een redelijke kans is om de nulhypothese te verwerpen.
Standard Error (SE)
het resultaat van wanneer de standaarddeviatie van een statistiek wordt geschat op basis van de gegevens. Sd in steekproef/√n