Bundel "on commence" P.10-13 Flashcards
goedendag mevrouw/meneer
bonjour madame/bonjour monsieur
hoe gaat het ermee
comment ça va
(heel) goed/dat gaat
(très) bien/ça va
ik voel me niet goed
je ne me sens pas bien
mag ik naar buitengaan/vertrekken
je peux sortir/partir
mag ik aub naar het toilet gaan
je peux aller aux toilettes SVP
ik heb een vraag
j’ai une question
ik heb een probleem
j’ai une problème
ik weet het niet
je ne sais pas
ik begrijp het niet
je ne comprends pas
kunt u het aub herhalen
vous pouvez répéter svp
welke pagina aub
c’est à quelle page svp
mag ik aub het raam openen/sluiten
je peux ouvrir/fermer la fenêtre
mag ik aub de deur openen/sluiten
je peux ouvrir/fermer la porte svp
ik ben klaar
je suis prêt(e)
het is tijd
il est temps
hoe laat is het
quelle heure est-il
ik ben…vergeten
j’ai oublié…
excuseer ik ben te laat
pardon, je suis en retard
mag ik naar basiszorg gaan
je peux aller au secrétariat