Biologie Flashcards
Ademhalingsstelsel
Longen en luchtwegen
Wat zijn tracheeën
Het ademhalingsorgaan van b.v insecten dat bestaat uit een stelsel van buizen
Wat behoord tot de luchtwegen
neus- en mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën en longblaasjes
Stevigheidsweefsels
Zijn steunverlengende weefsels zoals: hout en been.
Inwendig skelet
Een skelet die in het uchaam zit bijvoorbeeld die van de mens
Uitwendig skelet
Een skelet die aan de buitenkant van het lichaam zit zoals een krab mossel of kreeft
Kruidachtige planten
Planten die onder 2 meter zijn en de stevigheid mogelijk word gemaakt door water
Houtachtige planten
Kunnen hoger dan 2m zijn, hebben vaak een bruine buitenkant en zijn arm in sappen en hun stevigheid word mogelijk gemaakt door hun buitenkant.
Kalkzouten
Zitten veel in been (zorgt voor de hardheid van been)
Collagene vezels
Zorgen voor de buigzaamheid in het been.
Pijpbeenderen
Holle beenderen, b.v. in de armen en benen
Plattebeenderen
Bijvoorbeeld schouderblad en ribben
Korte beenderen
Bijvoorbeeld vingerkootjes, teenkootjes en middenhandsbeentjes
Sesambeen
Bot dat zich bij een peesbevind zoals de knieschijf
Onregelmatige beenderen
botten die heel veel verschillende gewrichtsvlakken of uitsteeksels hebben. Denk aan de ruggenwervels of hand- en voetwortelbeentjes
Grote fontanel
Is de opening tussen het voorhoofd en het wandbeen
Kleine fontanel
Is de ruimte tussen het achterhoofds- en wandbeen
Atlas
Is de bovenste halswervel
Draaier
Is de 2e halswervel
Tussenwervelschijven
Bestaan uit kraakbeen zodat de wervelkolom buigzaam blijft
Wervellichaam
Het ronde deel van een wervel
Wervelboog
Is het bot achter het wervellichaam
Wervelgat
Bevind zich tussen het wervelboog en wervellichaam
Wervelkanaal
Zijn wervelgaten