Begrippen Flashcards
Facilitatie
Stimulatie
Inhibitie
Afremming
Metameren
ruggenmerg-segmenten
myotoom
de spieren van 1 metameer
dermatoom
huidgebied van 1 metameer
piramidale banen
motorische banen vanuit hersenen naar het lichaam
Sensibele banen
gevoelszenuwen vanuit het lichaam naar de hersenen
Spinale zenuw
Zenuw tussen ruggenmerg en lichaam
Afferente
opstijgende
Efferente
Dalende
Ruggenmergfuncties
Reflexfunctie en geleidingsfunctie, van wat zijn dit de functies?
Reflexboog
Snelle reactie op lokaal spinaal niveau
Pees- en periostreflexen
onwillekeurige spiercontractie na bekloppen van pees of periostzone
huidreflex
spiersamentrekking ten gevolge van een prikkeling van dermatoom
Hypo+ of a-relfexie
spinale reflexen die afnemen of verdwijnen
Hyperreflexie
reflexen dat toenemen
voetzoolreflex
buigen van alle tenen naar de voetzool toe bij strijken over de voetzoolrand van de hiel naar de kleine toen toe
Buikhuidreflex
Samentrekken en intrekken van buikspieren wanneer snel dwars over buikhuid wordt gestreken
Cremasterreflex
samentrekken van cremasterspier zodat testikel omhoog getrokken wordt wanneer men bij een man langs de binnenzijde van het bovenbeen strijkt
Babinskyreflex
strijken over de laterale voetzoolrand van de hiel naar de kleine teen toe leidt dit tot strekken van de hallux naar de voetrug toe en spreiden van de tenen.C
Contralaterale neurologische uitval
hemibeeld van romp en ledematen
Centrale facialisparese
afhangende mondhoek
Kinetische of motorische ataxie
incoördinatie bij het uitvoeren van doelgerichte bewegingen
dysmetrie
onvermogen om afstanden in te schatten
Asynergie
gebrek aan samenwerking tussen gepaarde organen (bv ogen)
Dysdiadochokinese (adiadochokinese)
onvermogen tot het maken van snelle, tegengestelde bewegingen
locomotorische ataxie
gingincoôrdinatie (wijdbeense dronkemansgang)
intentietremor
beven een of meer lichaamsdelen door een onwillekeurige samentrekking van spieren, die toeneemt als het doel van de beweging
Hypoësthesie
Afname van gevoel in het aangedane gebied.
Anesthesie
Geen gevoel meer in aangedane gebied
Thalamische pijn
De pijn is dan voelbaar aan de andere kant van het lichaam dan waar de beroerte plaatsvond, dus in één lichaamshelft.
Hyperpathie
pijnlijke gewaarwordingen zonder dat er een duidelijke pijnprikkel is.
Melatonine
Hormoon die je lichaam aanmaakt als het donker wordt
Wat in het taalcentrum van Wernicke?
de woordbetekenis zit opgeslagen (‘luisteren’, een gesprek volgen)
het spraakcentrum van Broca
het spreken verzorgt
apraxie
het handelen niet meer doelmatig verloopt
Afasie
taalstoornis
motorische afasie (gestoorde arcticulatie)
woordbegrip intact, maar kan woorden niet vormen
Sensorische afasie
woordbegrip defect, dus kan niet uitspreken of niet correct interpreteren
Anopsie
een uitval in de visuele waarneming
Agnotische stoornissen
zintuigindrukken correct waargenomen maar geen betekenis ervan te achterhalen
Agrafie
onvermorgen om te schrijven
Alexie
Onvermogen om te lezen
Acalculie
Omvermogen om te rekenen
hemi-inattentie
stoornissen van de aandacht voor één zijde van het lichaam en/of de ruimte
het hyperkinetisch-dystoon syndroom
abnormale bewegingen en spierhypotonie
het hypokinetisch-rigied syndroom
bewegingsarmoede en spierhypertonie
hyposmie
verminderde geurwaarneming
anosmie
afwezige geurwaarneming
perosmie
afwijkende geurwaarneming
homeostase
de drang van het organisme naar evenwicht en stabilisatie
antagonistische werking
Wanneer verschillende elementen elkaar tegenwerken
Miose
Vernauwing van de pupil
Mydriase
Vergrote pupil
agnosie
nog steeds dingen zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Je kunt deze dingen alleen niet meer herkennen of plaatsen
ptosis
afhangend ooglid
diplopie
dubbelzien
Abductie
bewegen in frontale vlak maar weg van het lichaam
adductie
bewegen in frontale vlak maar naar het lichaam toe
myalgie
spierpijn
tonisch
hevig en aanhoudend
Clonisch
mekaar snel opvolgen met korte periode van rusti
chorea
een aandoening waarbij sprake is van onwillekeurige, vloeiende, niet-ritmische bewegingen
athetose
de samentrekking van de spieren van je armen en benen kronkelende bewegingen veroorzaakt,
fasciculaties
kleine, spiertrillingen onder de huid
paralyse
geen beweging meer mogelijk
parese
geringe beweging nog mogelijk
spastische verlamming
centrale verlamming (piramidaal syndroom)
Slappe verlamming
perifere verlamming
megalografie
groot schrijven
micrografie
klein schrijven
statische ataxie (posturale)
houdingsinstabiliteit (niet kunnen blijven rechtstaan met gesloten ogen)
paresthesieën
abnormale gevoelsgewaarwordingen die zich beperken tot het gebied van een zenuwwortel zoals tintelingen
obnubilatie
beneveling (bewustzijn)
somnolentie
slaperigheid
sopor
diepere slaap
indirecte of consensuele reactie
De daarnaast optredende vernauwing van de pupil van het niet belichte oog
symptoom van Brudzinsky I).
In een provocatietest: de patiënt reflectoir de benen optrekken wanneer men zijn hoofd tóch plots vooroverbuigt
symptoom van Kernig,
niet in slaagt één (passief) gestrekt been van de patiënt tot 90° heupflexie te heffen, tenzij flexie optreedt in het kniegewricht van datzelfde been
symptoom van Brudzinsky II).
niet in slaagt één (passief) gestrekt been van de patiënt tot 90° heupflexie te heffen, zal het andere been -dat ontspannen op de onderzoektafel ligt- een reflectoire flexie van de knie vertonen
hypotonie
lage spierspanning
hypertonie
hoge spierspanning
rusttonus
spierspanning in rust
strabisme
scheelzien
nystagmus
onwillekeurige ritmische bewegingen van de oogbollen aangeduid
Proef van Romberg
Men vraagt de patiënt met aaneengesloten voeten te blijven rechtopstaan, test positief als men bij gesloten ogen valneiging optreedt
latente parese
zakken van één van beide armen tijdens proef van barré
proef van barré
bij handen uitstrekken met handpalmen naar boven, positief als één van beide armen zakt
Indicatie voor lumbaalpunctie
- vermoeden meningitis
- routine-onderzoek bij verdeking intracerebrale of ruggenmerg-patho
Contra-indicatie voor lumbaalpunctie
- intracraniale overdruk
- verhoogde bloedingsneiging
- lokaal geinfecteerde huid
Indicatie voor spierbiopsie
- diagnose van primaire spieraandoeningen
- diagnose van systeemziekten
Contra-indicatie voor spierbiospie
- verhoogde bloedingsneiging
- lokaal geinfecteerde huid
RIP
Ruimte-innemend proces
motoreenheidpotentiaal,
het potentiaalverschil dat opgewekt wordt door één motorneuron en het axon hiervan met al zijn vertakkingen en alle spiervezels die hierdoor bezenuwd worden.
CVA
cerebro-vasculair accident
TIA
transiënt ischemic attack)
RIND
reversible ischemic neurological deficit)
encephalomalacie
Hersenverweking
Intracerebrale apoplexie
syn. beroerte, attack
Extracerebrale subarachnoïdale bloeding
(syn. meningeale bloeding)
pHdaling
Acidose
amaurosis fugax
TIA van het oog of vluchtige blindheid
enoftalmie
het terugzakken van de oogbol in de oogholte
heelkundige ingrepen bij subarachnoïdale bloeding
clipping (bloedaanvoer naar aneurysma afsluiten)
coiling (opvullen van verwijding)
Trepanatie
heelkundige ingreep waarbij men een opening in de schedel maakt
petechieën
kleine huidinfarctjes ten gevolge van kleine embolen van geïnfecteerd materiaal
Waterhouse-Fridericksen-syndroom”.
de ernstigste vorm van meningokokkensepsis
Fotofobie
Lichtschuwheid
polydipsie
veel dorst hebben
fundoscopie
binnenkant van het oog zien
Jacksonaanvallen
bij de eenvoudige partiële aanvallen zijn enkel motorische óf enkel sensibele verschijnselen aanwezig.
psychomotorische aanvallen
de complexe partiële aanvallen daarentegen bestaan uit een combinatie van psychische en motorische verschijnselen.
tonisch-clonische aanval
Grand Mal-crisis,
fasen van een grand mal
- prodromale fase
- tonische fase
- clonische fase
de febriele convulsies
hyperthermische stuipen of koortsstuipen
Petit Mal-crisis.
Abseces
myoclonieën
juveniele myoclonus-epilepsie of impulsief Petit Mal
demyelinisatie
witte stof wordt progressief opgelost
centraal scotoom
uitval of verminderde gevoeligheid van een groot centraal gebied van het gezichtsveld
dysarthrie
neurologische spraakstoornis. Er is dan sprake van verminderde spierkracht en/of een verstoorde samenwerking van de spieren in de mond
6 voorwaarden voor MS vast te stellen
1) eerste tekens tuusen 15 en 50 jarige leeftijd
2) letsels zijn multipel in plaats en tijd
3) ziekteverschijnselen moeten overeenkomen met laesies van de witte stof van het CZS
4) één laesie moet gelocaliseerd zijn boven het ruggenmerg
5) er mag geen andere mogelijke oorzaak zijn voor de multipele ziekteverschijnselen
6) het liquoronderzoek toont IgG aan.
Voorwaarden parkinson
Men aanvaardt algemeen dat de diagnose mag gesteld worden indien minimum 3 van de volgende hoofdsymptomen aanwezig zijn:
− tremor in rust
− rigiditeit
− a- of hypo-kinesie
- gestoorde houding(sreflexen)
én volgende symptomen afwezig zijn:
− oogbewegingsstoornissen, blikparese
− opvallende autonome functiestoornissen
− stoornissen van het centraal en perifeer neuron
− cerebellaire verschijnselen
− geen reactie op dopamine-mimetica.
tandrad-fenomeen
de schokkende beweging die ontstaat bij het bewegen of strekken van een gewricht
coup-laesie
beschadiging op de plaats van de slag zelf
contre-coup-contusie
beschadiging op de tegenoverliggende cortex
commotio cerebri
hersenschudding
retrograde amnesie
geheugenstoornis voor de gebeurtenissen direct voorafgaand aan het trauma
posttraumatische amnesie
geheugenstoornis voor de gebeurtenissen direct na het ongeval
hematomyelie
de intramedullaire bloeding
hematorachis
de epidurale bloeding
hematogeen
verspreiding via het bloed
feco-oraal
besmetting door indirecte of directe inname van ontlasting (feces) via de mond
kinderverlamming)
Poliomyelitis anterior acuta
trismus
het ongecontroleerde onvermogen om de mond of kaak te openen
Risus sardonicus
een medisch symptoom, waarbij de mimiekspieren in een kramp schieten waardoor het lijkt of de patiënt grijnst
opisthotonus
een medisch symptoom veroorzaakt door het onwillekeurig aanspannen van de rug- en nekspieren.
ALS
Amyotrofe lateraalsclerose
reflex blaas
autonome blaas
atone blaas
met urinerentie en incontinentie
op rug synomniem
spina bifida
coele
zakvormige uitstulping
waterhoofd
hydrocephalus
neurotmesis
is er een volledige anatomische onderbreking van de zenuwvezel en de omgevende zenuwschede.
axonotmesis
is de continuïteit van de zenuwvezels verbroken, maar blijft de omgevende zenuwschede (endoneurium) intact.
neurapraxie
is er enkel een functiestoornis, terwijl de anatomische continuïteit behouden blijft.
saturday night palsy’
N. radialis-compressie na een alcoholroes met de arm over een leuning of onder het lichaam
‘paralysie des amoureux’
(compressie van een armzenuw bij langdurige houding met arm onder het hoofd van de bedgenoot
het carpale tunnelsyndroom
(N. medianus-compressie in de pols door verdikt lig. carpi transversum of bij arthritis)
“drophand”
pols en vingers in flexie
“predikershand” of“apenhand”
uitval van de lange polsflexoren
Hierdoor valt de grijpfunctie van de hand uit en is pronatie van de voorarm onmogelijk
klauwhand”:
het niet kunnen spreiden en sluiten van de vingers door paralyse
Stimulatie
Facilitatie
Afremming
Inhibitie
ruggenmerg-segmenten
Metameren
de spieren van 1 metameer
myotoom
huidgebied van 1 metameer
dermatoom
motorische banen vanuit hersenen naar het lichaam
piramidale banen
gevoelszenuwen vanuit het lichaam naar de hersenen
Sensibele banen
Zenuw tussen ruggenmerg en lichaam
Spinale zenuw
opstijgende
Afferente
Dalende
Efferente
Reflexfunctie en geleidingsfunctie, van wat zijn dit de functies?
Ruggenmergfuncties
Snelle reactie op lokaal spinaal niveau
Reflexboog
onwillekeurige spiercontractie na bekloppen van pees of periostzone
Pees- en periostreflexen
spiersamentrekking ten gevolge van een prikkeling van dermatoom
huidreflex
spinale reflexen die afnemen of verdwijnen
Hypo+ of a-relfexie
reflexen dat toenemen
Hyperreflexie
buigen van alle tenen naar de voetzool toe bij strijken over de voetzoolrand van de hiel naar de kleine toen toe
voetzoolreflex
Samentrekken en intrekken van buikspieren wanneer snel dwars over buikhuid wordt gestreken
Buikhuidreflex
samentrekken van cremasterspier zodat testikel omhoog getrokken wordt wanneer men bij een man langs de binnenzijde van het bovenbeen strijkt
Cremasterreflex
strijken over de laterale voetzoolrand van de hiel naar de kleine teen toe leidt dit tot strekken van de hallux naar de voetrug toe en spreiden van de tenen.C
Babinskyreflex
hemibeeld van romp en ledematen
Contralaterale neurologische uitval
afhangende mondhoek
Centrale facialisparese
incoördinatie bij het uitvoeren van doelgerichte bewegingen
Kinetische of motorische ataxie
onvermogen om afstanden in te schatten
dysmetrie
gebrek aan samenwerking tussen gepaarde organen (bv ogen)
Asynergie
onvermogen tot het maken van snelle, tegengestelde bewegingen
Dysdiadochokinese (adiadochokinese)
gingincoôrdinatie (wijdbeense dronkemansgang)
locomotorische ataxie
beven een of meer lichaamsdelen door een onwillekeurige samentrekking van spieren, die toeneemt als het doel van de beweging
intentietremor
Afname van gevoel in het aangedane gebied.
Hypoësthesie
Geen gevoel meer in aangedane gebied
Anesthesie
De pijn is dan voelbaar aan de andere kant van het lichaam dan waar de beroerte plaatsvond, dus in één lichaamshelft.
Thalamische pijn
pijnlijke gewaarwordingen zonder dat er een duidelijke pijnprikkel is.
Hyperpathie
Hormoon die je lichaam aanmaakt als het donker wordt
Melatonine
de woordbetekenis zit opgeslagen (‘luisteren’, een gesprek volgen)
Wat in het taalcentrum van Wernicke?
het spreken verzorgt
het spraakcentrum van Broca
het handelen niet meer doelmatig verloopt
apraxie
taalstoornis
Afasie
woordbegrip intact, maar kan woorden niet vormen
motorische afasie (gestoorde arcticulatie)
woordbegrip defect, dus kan niet uitspreken of niet correct interpreteren
Sensorische afasie
een uitval in de visuele waarneming
Anopsie
zintuigindrukken correct waargenomen maar geen betekenis ervan te achterhalen
Agnotische stoornissen
onvermorgen om te schrijven
Agrafie
Onvermogen om te lezen
Alexie
Omvermogen om te rekenen
Acalculie
stoornissen van de aandacht voor één zijde van het lichaam en/of de ruimte
hemi-inattentie
abnormale bewegingen en spierhypotonie
het hyperkinetisch-dystoon syndroom
bewegingsarmoede en spierhypertonie
het hypokinetisch-rigied syndroom
verminderde geurwaarneming
hyposmie
afwezige geurwaarneming
anosmie
afwijkende geurwaarneming
perosmie
de drang van het organisme naar evenwicht en stabilisatie
homeostase
Wanneer verschillende elementen elkaar tegenwerken
antagonistische werking
Vernauwing van de pupil
Miose
Vergrote pupil
Mydriase
nog steeds dingen zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Je kunt deze dingen alleen niet meer herkennen of plaatsen
agnosie
afhangend ooglid
ptosis
dubbelzien
diplopie
bewegen in frontale vlak maar weg van het lichaam
Abductie
bewegen in frontale vlak maar naar het lichaam toe
adductie
spierpijn
myalgie
hevig en aanhoudend
tonisch
mekaar snel opvolgen met korte periode van rusti
Clonisch
een aandoening waarbij sprake is van onwillekeurige, vloeiende, niet-ritmische bewegingen
chorea
de samentrekking van de spieren van je armen en benen kronkelende bewegingen veroorzaakt,
athetose
kleine, spiertrillingen onder de huid
fasciculaties
geen beweging meer mogelijk
paralyse
geringe beweging nog mogelijk
parese
centrale verlamming (piramidaal syndroom)
spastische verlamming
perifere verlamming
Slappe verlamming
groot schrijven
megalografie
klein schrijven
micrografie
houdingsinstabiliteit (niet kunnen blijven rechtstaan met gesloten ogen)
statische ataxie (posturale)
abnormale gevoelsgewaarwordingen die zich beperken tot het gebied van een zenuwwortel zoals tintelingen
paresthesieën
beneveling (bewustzijn)
obnubilatie
slaperigheid
somnolentie
diepere slaap
sopor
De daarnaast optredende vernauwing van de pupil van het niet belichte oog
indirecte of consensuele reactie
In een provocatietest: de patiënt reflectoir de benen optrekken wanneer men zijn hoofd tóch plots vooroverbuigt
symptoom van Brudzinsky I).
niet in slaagt één (passief) gestrekt been van de patiënt tot 90° heupflexie te heffen, tenzij flexie optreedt in het kniegewricht van datzelfde been
symptoom van Kernig,
niet in slaagt één (passief) gestrekt been van de patiënt tot 90° heupflexie te heffen, zal het andere been -dat ontspannen op de onderzoektafel ligt- een reflectoire flexie van de knie vertonen
symptoom van Brudzinsky II).
lage spierspanning
hypotonie
hoge spierspanning
hypertonie
spierspanning in rust
rusttonus
scheelzien
strabisme
onwillekeurige ritmische bewegingen van de oogbollen aangeduid
nystagmus
Men vraagt de patiënt met aaneengesloten voeten te blijven rechtopstaan, test positief als men bij gesloten ogen valneiging optreedt
Proef van Romberg
zakken van één van beide armen tijdens proef van barré
latente parese
bij handen uitstrekken met handpalmen naar boven, positief als één van beide armen zakt
proef van barré
- vermoeden meningitis
- routine-onderzoek bij verdeking intracerebrale of ruggenmerg-patho
Indicatie voor lumbaalpunctie
- intracraniale overdruk
- verhoogde bloedingsneiging
- lokaal geinfecteerde huid
Contra-indicatie voor lumbaalpunctie
- diagnose van primaire spieraandoeningen
- diagnose van systeemziekten
Indicatie voor spierbiopsie
- verhoogde bloedingsneiging
- lokaal geinfecteerde huid
Contra-indicatie voor spierbiospie
Ruimte-innemend proces
RIP
het potentiaalverschil dat opgewekt wordt door één motorneuron en het axon hiervan met al zijn vertakkingen en alle spiervezels die hierdoor bezenuwd worden.
motoreenheidpotentiaal,
cerebro-vasculair accident
CVA
transiënt ischemic attack)
TIA
reversible ischemic neurological deficit)
RIND
Hersenverweking
encephalomalacie
syn. beroerte, attack
Intracerebrale apoplexie
(syn. meningeale bloeding)
Extracerebrale subarachnoïdale bloeding
Acidose
pHdaling
TIA van het oog of vluchtige blindheid
amaurosis fugax
het terugzakken van de oogbol in de oogholte
enoftalmie
clipping (bloedaanvoer naar aneurysma afsluiten)
coiling (opvullen van verwijding)
heelkundige ingrepen bij subarachnoïdale bloeding
heelkundige ingreep waarbij men een opening in de schedel maakt
Trepanatie
kleine huidinfarctjes ten gevolge van kleine embolen van geïnfecteerd materiaal
petechieën
de ernstigste vorm van meningokokkensepsis
Waterhouse-Fridericksen-syndroom”.
Lichtschuwheid
Fotofobie
veel dorst hebben
polydipsie
binnenkant van het oog zien
fundoscopie
bij de eenvoudige partiële aanvallen zijn enkel motorische óf enkel sensibele verschijnselen aanwezig.
Jacksonaanvallen
de complexe partiële aanvallen daarentegen bestaan uit een combinatie van psychische en motorische verschijnselen.
psychomotorische aanvallen
Grand Mal-crisis,
tonisch-clonische aanval
- prodromale fase
- tonische fase
- clonische fase
fasen van een grand mal
hyperthermische stuipen of koortsstuipen
de febriele convulsies
Abseces
Petit Mal-crisis.
juveniele myoclonus-epilepsie of impulsief Petit Mal
myoclonieën
witte stof wordt progressief opgelost
demyelinisatie
uitval of verminderde gevoeligheid van een groot centraal gebied van het gezichtsveld
centraal scotoom
neurologische spraakstoornis. Er is dan sprake van verminderde spierkracht en/of een verstoorde samenwerking van de spieren in de mond
dysarthrie
1) eerste tekens tuusen 15 en 50 jarige leeftijd
2) letsels zijn multipel in plaats en tijd
3) ziekteverschijnselen moeten overeenkomen met laesies van de witte stof van het CZS
4) één laesie moet gelocaliseerd zijn boven het ruggenmerg
5) er mag geen andere mogelijke oorzaak zijn voor de multipele ziekteverschijnselen
6) het liquoronderzoek toont IgG aan.
6 voorwaarden voor MS vast te stellen
Men aanvaardt algemeen dat de diagnose mag gesteld worden indien minimum 3 van de volgende hoofdsymptomen aanwezig zijn:
− tremor in rust
− rigiditeit
− a- of hypo-kinesie
- gestoorde houding(sreflexen)
én volgende symptomen afwezig zijn:
− oogbewegingsstoornissen, blikparese
− opvallende autonome functiestoornissen
− stoornissen van het centraal en perifeer neuron
− cerebellaire verschijnselen
− geen reactie op dopamine-mimetica.
Voorwaarden parkinson
de schokkende beweging die ontstaat bij het bewegen of strekken van een gewricht
tandrad-fenomeen
beschadiging op de plaats van de slag zelf
coup-laesie
beschadiging op de tegenoverliggende cortex
contre-coup-contusie
hersenschudding
commotio cerebri
geheugenstoornis voor de gebeurtenissen direct voorafgaand aan het trauma
retrograde amnesie
geheugenstoornis voor de gebeurtenissen direct na het ongeval
posttraumatische amnesie
de intramedullaire bloeding
hematomyelie
de epidurale bloeding
hematorachis
verspreiding via het bloed
hematogeen
besmetting door indirecte of directe inname van ontlasting (feces) via de mond
feco-oraal
Poliomyelitis anterior acuta
kinderverlamming)
het ongecontroleerde onvermogen om de mond of kaak te openen
trismus
een medisch symptoom, waarbij de mimiekspieren in een kramp schieten waardoor het lijkt of de patiënt grijnst
Risus sardonicus
een medisch symptoom veroorzaakt door het onwillekeurig aanspannen van de rug- en nekspieren.
opisthotonus
Amyotrofe lateraalsclerose
ALS
autonome blaas
reflex blaas
met urinerentie en incontinentie
atone blaas
spina bifida
op rug synomniem
zakvormige uitstulping
coele
hydrocephalus
waterhoofd
is er een volledige anatomische onderbreking van de zenuwvezel en de omgevende zenuwschede.
neurotmesis
is de continuïteit van de zenuwvezels verbroken, maar blijft de omgevende zenuwschede (endoneurium) intact.
axonotmesis
is er enkel een functiestoornis, terwijl de anatomische continuïteit behouden blijft.
neurapraxie
N. radialis-compressie na een alcoholroes met de arm over een leuning of onder het lichaam
saturday night palsy’
(compressie van een armzenuw bij langdurige houding met arm onder het hoofd van de bedgenoot
‘paralysie des amoureux’
(N. medianus-compressie in de pols door verdikt lig. carpi transversum of bij arthritis)
het carpale tunnelsyndroom
pols en vingers in flexie
“drophand”
uitval van de lange polsflexoren
Hierdoor valt de grijpfunctie van de hand uit en is pronatie van de voorarm onmogelijk
“predikershand” of“apenhand”
het niet kunnen spreiden en sluiten van de vingers door paralyse
klauwhand”: