B1 Flashcards
begint
begins
met
with
paar
few, pair
korte
short
aanwijzingen
instructions
staan
stand
dit
this
boek
book
op
on, at, in, by, up
kunt
can
dus
so, therefore
meelezen
read along
wat
what
er
there
zeg
say
worden
become
krijg
get, receive
steeds
always
stuk
part
tekst
text
moet
must, need
opgave
opgave, statement
telkens
each, again and again
eerst
first, first time
goed
good
door
by, through,
dan
than, then
pauze
pause
bij
at, with
volgende
next
antwoord
answer
mogelijk
possible
kies
choose, select
gebruik
use
blad
sheet, paper
nummer
number
hok
booth
onder
under, below
letter
letter
zwart
black
wanneer
when, where, if
fout
error, fault, mistake, wrong
heeft, heb, hebben
has, have
verbeteren
improve, better, correct
gum
eraser
meer
more
altijd
always, forever
potlood
pencil
invullen
fill, complete
mag
may, allowed, should, can
geen, niet
no, not
als
if, when
aantekeningen
notes, records
dat
that
doen
do
in
in
kladpapier
kladpapier, draft paper
verder
further, more
vragen
ask, question
start
start
zijn
his, are, its, have