A0 Flashcards
goedendag
Dobar dan
Hoe gaat het met je?
Kako si?
dank je
hvala
alsjeblieft
molim
goedemorgen
dobro jutro
goedenavond
Dobra večer
hoe heet je
Kako se zoveš?
Ik heet mara
Ja se zovem Mara
sorry
oprosti
Welterusten
Laku noć
waar is het toilet
Gdje je wc?
hoeveel kost dat?
koliko to košta?
ik begrijp het niet
Ne razumijem
Kunt u dat herhalen?
Možete li ponoviti?
ja
da
nee
ne
Ik ben verdwaald
Izgubio/Izgubila sam se
Hoe oud ben je?
Koliko imaš godina?
ik ben … jaar
Imam … godina
Ik vind het leuk
Sviđa mi se
ik hou van je
Volim te
ik hou er niet van
Ne volim
Waar woon je?
Gdje živite?
Waar werk je?
Gdje radite?
ik ga naar huis
Idem kući
ik ga naar mijn werk
Idem na posao
ik heb dorst
Žedan/Žedna sam
ik heb honger
Gladan/Gladna sam
hoe voel je je?
Kako se osjećaš?
ik voel me goed
Osjećam se dobro
Ik ben moe
Umoran/Umorna sam
ik heb het koud
Hladno mi je
Ik heb het warm
Vruće mi je
hou je van hem?
Voliš li ga?
ik heb een vraag
Imam pitanje
ik heb geen vragen
Nemam pitanja
Ik ben gelukkig
Sretna sam
Ik ben verdrietig
Tužan/Tužna sam
Ik ben getrouwd (m)
Oženjen sam (m)
ik ben getrouwd (v)
Udata sam (v)
Ik ben vrijgezel (m en v)
Slobodan/Slobodna sam (m,v)
ik heb hulp nodig
Trebam pomoć
Kunt u mij helpen?
Možete li mi pomoći?
waar is het ziekenhuis?
Gdje je bolnica?
wie is dit?
Tko je ovo?
dat is mijn vriend/vriendin
To je moj prijatelj/prijateljica
aangenaam kennis te maken
Lijepo te je upoznati
spreek je engels?
Govoriš li engleski?
ik spreek geen kroatisch
Ne govorim hrvatsk
mag ik de rekening?
Mogu li dobiti račun?
Ik heb een taxi nodig
rebam taksi
ik kijk ernaar uit
Veselim se tome
mijn excuses
Izvinjavam se
alles is in orde
Sve je u redu
wat doe je?
Što radiš?
ik werk in …
Radim u…
ik studeer
studiram…
waar was je?
Gdje si bio/bila?
tot morgen
Vidimo se sutra
goede reis
Sretan put!