4.1 Flashcards
le pote
de vriend
c’est con
dat is stom
a bientot
tot gauw
la destination
de bestemming
fatigue
moe
le mec
de vent, de gozer
bienvenue
welkom
l’episode
de aflereving
plein de
heel veel
le profit
de winst
la perte
het verlies
le savon
de zeep
le coup de foudre
de liefde op het eerste gezicht
grace a
dankzij
méchant
gemeen
l’auditeur/trice
de luisteraar
elle me manque
ik mis haar
les devoirs
het huiswerk
retrouver
weer zien
le / la prof
de docent
le voyage
de reis
terminé
afgelopen
l’année
het jaar
la resolution
het voornemen
surtout
vooral
le chagrin
het verdriet
reussir a
slagen voor
le mode
de modus / stand
le lieu
de plaats / plek
l’histiore
het verhaal / geschiedenis
la veille
de dag ervoor
ressembler a
lijken op
continuer a
doorgaan met
l’endroit
de plaats / plek
l’espoir
de hoop
les fournitures scolaires
de (school)benodigdheden
l’objectif
het doel
en milieu de
midden in
le cerveau
het brein
la récré / récréation
de pauze
le proviseur
de rector
la filliere
het profiel
redouble
blijven zitten
l’orientation
de studie/beroepskeuze
le bac / baccalauréat
het eindexamen
praten
discuter
zich voorstellen
se présenter
zo snel mogelijk
le plus vite possible
de hobby
le passe-temps
dezelfde
le / la / les même(s)
in de vierde klas
en seconde
schrijven
correspondre
het tijdschrift
le magazine
oudste
aîné
heel slecht
nul, nulle
vergeten
oublier
tot gauw
à bientôt
de uitzending
l’émission
hopen
espérer
het vak
la matière
het duits
l’allemand
liever willen / de voorkeur geven
préférer
tot later
à plus
tv-kijken
regarder la télé
surfen op internet
surfer sur internet
het computerspelletje
le jeu vidéo
dansen
faire de la danse
de hobby(s)
le(s) hobby(s)
voetballen
jouer au foot
surchargé
overvol
la moitié
de helft
le répondeur
terugbellen
l’embouteillage
de file
les courses
de boodschappen
la promotion
de aanbieding
le gouvernement
het parlement
de syndicat
de vakbond
bronzer
zonnen
faire la grasse matinée
uitslapen
la chaine de télevision
de televisiezender
le calendrier
de kalender
la confusion
de verwarring
le mois
de maand
fermer
sluiten
retourner
teruggaan
l’écolier
de scholier
ne … que
slechts, alleen maar
scolaire
school-
l’été
de zomer
la randonnée
de wandeltocht
les grandes vacances
de zomervakantie
nadenken
réfléchir
week / wekelijks
hebdomadaire
zin hebben om
avoir envie de
terugzien
revoir
het spijt me
je suis désolé
gaan zitten
s’asseoir
in / naar het buitenland
à l’etranger
het antwoordapparaat
le répondeur
de sluiting
la fermeture
naar huis gaan
rentrer
kennismaken met
faire connaissance avec
de afspraak
le rendez-vous