3A Flashcards
knikkeren
jouer aux billes
de pop
la poupée
de caravan
la caravane
het betrekkelijk voornaamwoord
die en dat. Andere betrekkelijke voornaamwoorden zijn: wie, wat, hetgeen en welk(e).
le pronom relatif
de (tv-)serie
la série
het zinsdeel
la partie de phrase
volgen
suivre
ongerust
inquiet/-ète (‘in-quiet’ -> ‘niet stil’ -> onrustig)
ziek worden
tomber malade
de sigaar
le cigare
de (broek)zak
la poche
de rook
la fumée
de pijp
la pipe
de jongen
le garçon
de schepper/-ster
le/la créateur/-trice
de Galliër
le Gaulois
iets tevoorschijn halen
sortir qc
ik word er helemaal raar van
ça me fait toute chose
ineens/plotseling
tout d’un coup
verschrikkelijk
drôlement
weggooien
jeter
breien
tricoter
het geval van
le coup de
stinken
empester (stinken als de pest)
het geheim
le secret
zoals gewoonlijk
comme d’habitude
verbieden
interdire
elk
chaque
wegen
peser
vroeger
avant
op een dag
un jour
de combinatie
la combinaison
op radicale wijze
de façon radicale
ten gevolge van
à la suite de