2.1 t-m 2.5 toets Flashcards

(26 cards)

1
Q

Wat is eenzijdige communicatie?

A

Communicatie waarbij de ontvanger niet kan reageren, zoals bij een tv-uitzending.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is massacommunicatie?

A

Communicatie waarbij één zender een grote groep mensen bereikt, bijvoorbeeld via televisie of sociale media.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wanneer ben je mediawijs?

A

Als je kritisch kunt omgaan met informatie uit de media en bewust bent van hoe media werken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is verbale communicatie?

A

Communicatie met woorden, zoals spreken en schrijven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is non-verbale communicatie?

A

Communicatie zonder woorden, zoals lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is hoor en wederhoor?

A

Het principe dat alle betrokken partijen in een nieuwsbericht hun kant van het verhaal mogen vertellen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is communicatie?

A

Het uitwisselen van informatie tussen een zender en een ontvanger.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is selectieve waarneming?

A

Mensen nemen alleen waar wat bij hun mening of ervaringen past.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is objectieve informatie?

A

Feiten zonder mening of oordeel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is subjectieve informatie?

A

Informatie met een mening of interpretatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is het verschil tussen verschillende kranten en doelgroepen?

A

Kranten richten zich op verschillende groepen mensen, bijvoorbeeld De Telegraaf op sensatie en NRC op diepgaande analyses.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is censuur?

A

Wanneer de overheid of een organisatie bepaalde informatie tegenhoudt of aanpast.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is persvrijheid?

A

Het recht van journalisten om zonder beperkingen nieuws te verspreiden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de mediawet?

A

Wet die regels stelt voor media, zoals de publieke omroep.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat betekent pluriform in de media?

A

Veelvormigheid; in de media betekent dit dat er verschillende meningen en perspectieven te vinden zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is een slogan?

A

Korte en pakkende zin die gebruikt wordt in reclame of campagnes.

17
Q

Wat is manipulatie?

A

Het opzettelijk verdraaien van feiten om mensen te beïnvloeden.

18
Q

Wat is een ideaalbeeld?

A

Een perfect voorgesteld beeld, vaak in de media, dat niet altijd realistisch is.

19
Q

Wat is indoctrinatie?

A

Mensen herhaaldelijk dezelfde boodschap geven zodat ze deze kritiekloos accepteren.

20
Q

Wat hoort er bij de commerciële omroep?

A

Reclames, eigen inkomsten en programma’s gericht op kijkcijfers, zoals RTL en SBS.

21
Q

Wat hoort er bij de publieke omroep?

A

Betaald door belastinggeld, moet informatief en onafhankelijk zijn, zoals NPO 1, 2 en 3.

22
Q

Wat is een medium?

A

Een middel om informatie over te brengen, zoals tv, radio of internet.

23
Q

Wat is online profilering?

A

Het verzamelen van gegevens over internetgebruikers om advertenties en content aan te passen.

24
Q

Wat is een communicatieschema?

A

Model dat laat zien hoe communicatie werkt, met zender, ontvanger, boodschap en ruis.

25
Waarom wordt er nepnieuws verspreid?
Om geld te verdienen, mensen te beïnvloeden of verwarring te zaaien.
26
Wanneer is nieuws nieuws?
Als het actueel, interessant en relevant is voor een groot publiek.