Thema de wekelijkse markt Flashcards
the weekly market
de wekelijkse maarkt
the flea market
de vlooienmarkt - de rommelmarkt - de antiekmarkt
the Christmas market
de kerstmarkt
the stand (in the market)
de kraam / het kraam
the vegetables stand
de/het groentekraam
the fruits stand
de/het fruitkraam
the flowers stand
de/het bloemenkraam
the bakery(pasteries) stand
de/het broodkraam
the fresh products kraam
de/het zuivelkraam
the meat(butcher) stand
de/het vleeskraam
the fish stand
de/het viskraam
the sweets(candy) stand
de/het snoep(jes)kraam
the clothes stand
de/het klerenkraam
the vegies
de groenten
the cucumber
de komkommer (komkommers)
the mushroom
de champignon (champignons)
the fruit
het fruit (fruits)
the strawberry
de aarbei (aardbeien)
the fish
de vis
the cheese
de kaas (kazen)
the bread
het brood (broden)
the cake
de taart (taarten)
the cookie / the cookies
het koekje (koekjes)
the tomato
de tomaat (tomaten)
the carrot
de wortel (wortelen/wortels)
the potato
de aardappel (aardappelen/aardappels)
the pear
de peer (peren)
the appel
de appel (appels/appelen)
the banana
de banaan (bananen)
the olive
de olijf (olijven)
the sugar
de suiker
the chocolate
de chocolade
the fruitjuice / orange juice
het fruitsap / sinaasappelsap
the aspergus
de asperge (asperges)
the white cabbage
de witte kool (kolen)
the red cabbage
de rode kool (kolen)
the sprout
de spruit (spruiten)
the cherry
de kers (kersen)
the peach
de perzik (perziken)
the ham
de ham/de hesp
the sausage
de worst (worsten)
the cod fish
de kabeljauw
the mussel
de mossel (mosselen)
the fresh food (yoghurt , milk, butter, cheese…)
de zuivel
the egg
het ei (eieren)
the croissant
de croissant (croissants)
the candy
de snoep / het snoepje (snoepjes)
the lettuce
de sla (kroppen sla)
the cauliflower
de bloemkool (bloemkolen)
the orange
de sinaasappel (sinaasappels / appelsien(en)
the grapes
de druif (druiven)
the salt & the peper
het zout & de peper
the softdrink
de frisdrank (frisdranken)
the leak
de prei
the spinach
de spinazie
the mandarine
de mandarijn (mandarijnen)
the grapefruit
de pompelmoes (pompelmoezen)
the plum
de pruim (pruimen)
the melon
de meloen (meloenen)
the ground meat
het gehakt
the hamburger
de hamburger (hamburgers)
the salmon
de zalm
the shrimp
de garnaal (garnalen)
the yoghurt
de yoghurt
the margarine
de margarine
the butter
de boter
the baguette
het stokbrood (stokbroden)
the bread bun
het broodje (broodjes)
the raisin bread
het rozijnenbrood (rozijnenbroden)
the pastry
het gebakje (gebakjes)
the parline
de praline (pralines)
the mint candy
het muntje (muntjes)