statistiek HF 7 Flashcards

1
Q

Welk type hypothesen kun je toetsen met een correlatietoets?

A

Hypothesen over verbanden (samenhang) tussen continue variabelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Stel, je vindt een correlatiecoëfficiënt van 0,45. Hoe sterk is het gevonden verband dan?

A

Het gevonden verband is gemiddeld sterk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke waarden kan een correlatiecoëfficiënt aannemen?

A

-1 < r < 1.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Stel, je vindt tussen fietsen en conditie een verband van 0,70. Hoe zou je dit interpreteren?

A

Hoe meer je fietst, des te beter is je conditie. Sterk positief verband dus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het verschil tussen een verband en een effect?

A

Een verband (correlatie) is tweezijdig (x y)

```
een effect (regressie) heeft een richting en is eenzijdig.
x->y
~~~

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wanneer gebruik je een regressieanalyse?

A

Regressieanalyse gebruik je wanneer je het effect van een of meer variabelen op een afhankelijke variabele wilt toetsen; de gebruikte variabelen zijn continu.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is het verschil tussen de formule voor de populatie en die voor de steekproef?

A

In de formule voor de populatie wordt een restwaarde (in SPSS ‘error’ genoemd) opgenomen ten teken dat je nooit een 100% voorspelling kunt doen.
De lijn past niet perfect op het model

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat betekent de ‘constante’ in de regressievergelijking?

A

De constante in de regressievergelijking is het begin van de regressielijn. Het punt van Y waar X = 0.

In de formule wordt dit weergegeven door y=b0 + B1X
B0 is dan de constante, dit is het snijpunt met de y-as als x=0

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de functie van een regressiecoëfficiënt?

A

De regressiecoefficiënt geeft de richting van de regressielijn aan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe kun je de verklaarde variantie definiëren?

A

De hoeveelheid variatie in een afhankelijke variabele die verklaard wordt door de onafhankelijke variabelen in het model.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zegt de verklaarde variantie over je regressiemodel?

A

Met verklaarde variantie kun je nagaan hoe goed je model ‘past’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Stel, je vindt een R2 van 60%. Hoe sterk is je model dan?

A

Bij een R2 = 0,60 spreken we van een sterk model.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe reken je de residu-waarde uit?

hoe reken de je totale waarde uit?

hoe reken de regressie waarde uit?

A

Geobserveerde (y)-waarde minus voorspelde (y)-waarde.

geobeserveerde (y) waarde - gemiddelde afhankelijke variabele (y)

voorspelde (y) waarde - gemiddelde afhankelijke variabele (y)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke effecten kun je in een regressiemodel toetsen?

Welke toetsingsgrootheid gebruik je daarvoor?

A

Lineaire effecten.

De toetsingsgrootheid is t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Stel dat je het relatieve effect van een factor wilt analyseren, in relatie tot andere effecten. Welke coëfficiënt gebruik je dan?

Wat is het verschil in interpretatie tussen de b-coëfficiënt en de β-coëfficiënt?

A

De bèta-coëfficiënt. dir is een gestandaardiserende coëfficiënt naar de ongestandaardiseerde coëfficiënt.

Is van belang wanneer je meer dan één onafhankelijke variabelen gebruikt omdat die ervoor zorgt dat je de relatieve effecten van alle onafhankelijke variabelen met elkaar kunt vergelijken

Verschil tussen b en beta: de b-coëfficiënt wordt ongestandaardiseerd berekend, ieder gebaseerd op de eigen schaalverdeling. Dat maakt dat b-coëfficiënten onderling niet in sterkte te vergelijken zijn. Met de beta kan dat wel; de standaardisatie maakt dat mogelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly