Reden, Verandering In Tijd Flashcards
0
Q
Het is daarom
A
C’est pourquoi
1
Q
Het is daarom dat
A
C’est pour cela que
2
Q
Dat is omdat…
A
C’est que
3
Q
Want
A
Car
4
Q
Omdat
A
Parce que
5
Q
Aangezien
A
Puisque
6
Q
Vooral (als gevraagd wordt naar ‘belangrijkste reden’)
A
Surtout
7
Q
Vanaf
A
à partir de
8
Q
Vandaag de dag
A
aujourd’hui
9
Q
Vroeger
A
Autrefois
10
Q
Voorheen
A
Avant
11
Q
Eerst
A
D’abord
12
Q
Sinds
A
Depuis
13
Q
Ik woon al tien jaar in Parijs
A
Je vis à Paris depuis dix ans
14
Q
Zodra
A
Dès que
15
Q
Voortaan
A
Désormais
16
Q
Vervolgens
A
Ensuite
17
Q
En toen
A
Et puis
18
Q
Gisteren
A
Hier
19
Q
Totdat
A
Jusqu’à ce que
20
Q
Nu
A
Maintenant
21
Q
Tijdens
A
Pendant
22
Q
Toen
A
Puis
23
Q
Altijd, nog steeds
A
Toujours
24
Q
Plotseling
A
Tout à coup
25
Q
Meteen
A
Tout de suite